SAL8110, Act: R°232.2 (205 of 313)
Search Act
previous | next
Act R°232.2  
Act

Transcription

2019-05-10 by Karel Embrechts
It(em) jan en(de) henric hocht gebruede(re) in jeg(enwordicheit) d(er) scepen(en) van loven gestaen hebbe(n)/
verhuert hebben en(de) bekint hebben dat sij verhuerdt hebben vrancke(n) oege/
thout staende en(de) jairlix wassen(de) op een stuck beemts gelijc alst beleg(en) es te lovenjoul/
tuschen de strate gehete(n) de breedstrate en(de) jans gielijs Te houden en(de) te hebben mette(n)/
baten en(de) p(ro)fijten vanden selve(n) houte comen(de) eene(n) t(er)mijn van xxv jae(re)n [lange] deen/
na dander staphans sond(er) myddel volgen(de) Item es vurwerde dat de voirs(creven)/
vranck opte(n) beemdt voirg(eruert) setten mach alrehande boeme en(de) die tsinen/
genuege wed(er)o(m)me afdoen en(de) dat also dicke als den vors(creven) vrancke(n) dat/
gelieve(n) sal te doen voe(r) een zeke(r) so(m)me van gelde d(aer)af hen de voirs(creven)/
jan en(de) henric vanden voirs(creven) vrancke(n) bynne(n) genoech gesciet sijnde Geloven(de)/
hem vand(er) voirs(creven) hueri(n)gen jeg(en) eene(n) ieg(elijcken) recht wara(n)t te sijn de(n) vors(creven) t(er)mijn/
due(re)nde hug(ar)d(en) langr(ode) fe(bruarii) xviii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2012-09-03 by Sabrina Keyaerts