SAL8110, Act: V°63.1 (65 of 315)
Search Act
previous | next
Act V°63.1  
Act
Date: 1438-09-08

Transcription

2014-03-27 by Jules Audiens
Tvonnesse vanden gedinge hangende tusscen henricke van wenxele in/
deen sijde en(de) gielijse den rijke in dande(re) van sekeren geloften die/
de selve gielis met henr(icke) va(n) stake(n)borch en(de) peteren vand(er) calste(re)n den/
vors(creven) henricke voe(r) scepen(en) van loven geloeft hadde alse dat hij bynnen/
ene(n) seke(re)n tijde die overledene es in dien hebben en(de) en(de) vervaen/
soude gielijse vand(er) balct en(de) woute(re)n mynnemoen den jonge(n) Dat/
sij voe(r) scepen(en) van loven(en) comen souden en(de) ald(aer) geloften doen van/
vier mudden rogs lovensch(er) maten lijfpens(ien) ten live marien scharets/
Was gewijst met desen worden dat de vors(creven) gielijs de rijke/
gehouden sijn soude omme den vors(creven) henricke te voldoen nae/
inhouden van sijne(n) vors(creven) scepen(en) brieve(n) van also verre als/
hij te hemw(er)t ingebreke is cor(am) abs(oloens) borch(oven) keye(noe)[ge] hug(ar)d(en) langr(ode)/
vynkenbosch septembr(is) xiii
//
ContributorsKristiaan Magnus , Inge Moris
Moderated byInge Moris
Last update: 2013-07-04 by Lize De Wilder