SAL8113, Act: V°4.3 (3 of 369)
Search Act
previous | next
Act V°4.3  
Act
Date: 1441-06-27

Transcription

2020-06-17 by Gerry Van Helmont
It(em) vander aensprake(n) die wout(er) meys siede(r) wonen(de) opde leide/
gedaen heeft tot wout(ere)n vand(er) quad(er)brugge(n) alse van ene(n) dach(mael)/
lants dat de vors(creven) wout(er) vand(er) quad(er)brugge(n) jeg(en) den vors(creven) wout(ere)n/
meys gecocht soude hebben o(m)me xxiiii rid(er)s alle jare v/
rid(er)s d(aer)af te geve(n) en(de) opdleste jair iiii nae dien dat de voirscr(even)/
wout(er) vand(er) quad(er)brugge(n) antwerde dat hij den vors(creven) wout(ere)n/
meys de vors(creven) comescap gerne voldoen woude bij also dat hij/
hem behoerlike vestich(eit) dade gelijc hij geloeft hadde wa(n)t/
hij des erfs niet wale mechtich en was and(er)s dan vande(n) der/
dendeele en(de) oec bij alsoe dat hij hem afdede alsulke(n) tsijs d(aer)voe(r)/
vors(creven) lant ond(er)pant was dwelc de vors(creven) wout(er) meys kinde/
...
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2016-01-19 by Jos Jonckheer