SAL8120, Act: R°14.5 (14 of 358)
Search Act
previous | next
Act R°14.5  
Act
Date: 1448-07-11
LanguageNederlands

Transcription

2020-11-15 by xavier delacourt
It(em) jan otten die int gemeyn jairgedinge m(ijns) gened(ichs) he(re)n tsh(er)togen vergicht heeft /
goessen den cubbe(re) voe(r) c gulden rijd(er)s en(de) den brief d(aer) af ov(er)gegeve(n) clase spynnoer /
ten selve(n) rechte dat hijten hadde nae den welken de selve claes hem heeft doen leiden /
tot allen den haeflike(n) goede(n) des selfs goessens Es come(n) opde(n) dach va(n) hede(n) in jegewordich(eit) /
va(n) beide(n) burg(er)meest(ere)n vand(er) stad mids dien dat hij o(m)me zeke(re)n correctien wille hem /
vand(er) voirs(creven) stad gegeve(n) buyten lants trecken moet En(de) heeft ald(aer) navolgen(de) der ordina(ncien) /
vand(er) [stad] lijflick ten heilige(n) gesworen en(de) vande(n) voirg(enoemde) burg(er)meest(er)s gemaent sijnde op sijne(n) /
eed genome(n) dat hem de voirs(creven) goessen de cubbe(re) wettelic sculdich es xviii gul(den) rijders /
niet wed(er)staende d(er) voirg(enoemde) ghichtinge(n) van c rijd(er)s cor(am) pynnock milite willema(er) /
burg(i)m(a)g(istr)is julii xi vide(licet) die jovis
ContributorsInge Moris
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2014-09-19 by kristiaan magnus