SAL8125, Act: R°150.2 (151 of 350)
Search Act
previous | next
Act R°150.2  
Act
Date: 1455-01-02

Transcription

2021-04-19 by kristiaan magnus
It(em) katlijne van tsorrenberghe de jonghe docht(er) jans wile(n) van/
tsorrenberghe vanden lesten bedde in p(rese)nc(ia) heeft gekint en(de)/
gelijt gehaven en(de) ontf(angen) te hebben van henricke van oppem/
viii rijd(er)s i roeden crappruyn i pels eenen roeden koers en(de)/
een roet cofferken welke rijd(er)s en(de) haeflike goede der/
selv(er) katlijnen inden testame(n)te lijsbetthen wijlen va(n) tsor/
renberghe werdi(n)ne was des vors(creven) henrix gemaect en(de)/
gelaten sijn den selven henricke d(aer) af volcomelic quijt/
sceldende geloven(de) hem d(aer) af ne(m)m(er)meer aentespreken/
te moeye(n) noch te vexe(re)n bij huer selve(n) noch bij yeman(de)/
and(er)s in egene(n) rechte geestelic noch werlic in egeend(er)/
manie(re)n m(air) de(n) selve(n) henr(icke) d(aer) af tege(n) eene(n) iegelike(n)/
recht war(ant) te sijne cor(am) abs(oloens) opp(endorp) ja(nua)[rii] s(ecund)[a]
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2013-10-09 by Jos Jonckheer