SAL8136, Act: R°118.1 (162 of 413)
Search Act
previous | next
Act R°118.1  
Act
Date: 1466-12-09

Transcription

2020-05-12 by myriam bols
It(em) lijsbeth weduwe henricx wijlen deens wonen(de) opde vedemerct/
heeft ghelooft eeverarde van wynghe drie rinssche gul(denen) goet en(de)/
gerechte te weten(e) eene(n) r(inssche) gul(denen) d(air) aff te paessche(n) naestc(omende) eene(n) r(inssche)/
gul(denen) dair aff tsinte jansmisse bapt(isten) d(air)nae volgen(de) en(de) den derden/
rinssche gul(denen) d(air) aff te bamisse d(air)nae volgen(de) ass(ecutu)[m] Met (con)dicie(n) bij/
alsoe de voirs(creven) lijsbeth enighe vande(n) voirs(creven) t(er)mijne(n) ov(er) laet gaen/
zond(er) betalen dat in dien gevalle de voirs(creven) schout geheel gevalle(n)/
sijn sal Ende heeft alsdan ov(er)gegeve(n) tot hue(re)n huyse te panden/
gelijc voer dat gebreck gelijck ende in alder manie(re)n men van/
huyshue(re)n panden soude mogen cor(am) willem(air) burg(imagistr)[o] dec(embris) ix
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2018-08-13 by The Administrator