SAL8136, Act: R°158.1 (218 of 417)
Search Act
previous | next
Act R°158.1  
Act
Date: 1467-01-24

Transcription

2021-02-21 by myriam bols
It(em) matheeus boene ende henrick quatolfs die mits machte va(n)/
scepen(en) brieve(n) van loven(e) come(n) ende beleydt sijn tot allen den haeflijke(n)/
goeden pet(er)s wijlen vand(er) heyden gheheeten pet(er)s op zeke(re) daghe van/
rechte die totte(n) daghe toe van heden met rechte verstreken sijn hadde/
doen bescrive(n) m(ar)grieten weduwen des vors(creven) wijlen pet(er)s vand(er) heyden/
henricke margriete(n) ende beatricen huer kinde(re) die hen aen dese naevolgende/
haeflijke goede onghebruyck deden ende hen die voirhoude(n) sonder hen van/
huer(er) wettig(er) dueghdelijk(er) schout ghedragen(de) tot xxvi rijd(er)s ende xiii/
pl(a)c(ken) ende cost ende co(m)me(r) te betalen oft te vernueghen Ende de selve/
weduwe noch egheen van hue(re)n kynde(re)n op heden als op hue(re)n dach van/
rechte niet come(n) en sijn dan alleene de voirs(creven) beatrijs die huer met/
testamente bijden voirs(creven) wijlen hue(re)n vader ghemaect rechts vermat/
in een bedde van iii ellen een paer slapelaken(en) mett(er) saerdsen en(de) mett(er)/
koetssen ende dat huer die uut machte vanden selve(n) testamente schuld(ich)/
waren te volghen(e) Soe hebben de scepen(en) van loven(e) t(er) manissen smeyers/
ghewijst voir een vo(n)nisse dat de voirg(eruerde) goede den voirs(creven) gheleydden/
teghen der voirs(creven) weduwen henricke(n) en(de) m(ar)griete(n) hue(re)n kynde(re)n volgen/
sulle(n) tot huer(er) schout behoef alsoe verre alst noch voir hen comen es/
En(de) teghen de voirs(creven) beatrisen zulle(n) desgelijcx den gheleydde(n) de goede/
volghen tott(er) schout behoef ende heeft de vors(creven) beatrijs yet te volge(n)/
met hue(re)n testamente dat sij dat doen mach ter plaetsen dair dat/
behoirt roelofs borchove(n) berghe naus(nijdere) hoeve(n) vyncke januarii xxiiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Add.
Date: 1467-01-24
LanguageNederlands

Transcription

2021-02-21 by myriam bols
H(ier) nae volgen de haeflijke goede ierst ii bedden met eene(n) hootpoluwe/
met ii bedsteden ende een sardse It(em) ii roestplateele ii ketels een zijde/
een ys(er)en ganspa(n)ne iiii co(m)mekens vijff dobbelie(re) een lavore een soutvat/
eene(n) brantrede ii vate ii zijdelen ii scraghen een scrijne een coffer/
een banck iii wijncanne(n) een scapreye een lanck mes eene(n) spriet ii/
dryvoete iiii wijncuype(n) ii treghelvate i vier(del) vat eene(n) disch een/
a(m)melaken eene(n) roeden coers een quaet voeder een ys(er)en panne/
eene(n) trechte(r) ende ii hymden ii halve keese ende eene(n) cleyne(n) eene(n)/
morssel eene(n) smoutpot een molevadt meels It(em) iii stucken vleeschs/
en(de) ii paer quader mouwen
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2018-08-13 by The Administrator