SAL8137, Act: R°6.2 (6 of 388)
Search Act
previous | next
Act R°6.2  
Act
Date: 1467-07-05

Transcription

2019-03-06 by Jef Willemsens
It(em) sal den voirs(creven) lijfpen(sien) brief liggen ond(er) scepen(en) van loven(en) tot sulker/
meyninghen dat de voirs(creven) jan van boemale de vader de voirs(creven) lijfpen(sie)/
van vi gul(den) heffen en(de) bue(re)n sal alsoe langhe de voirs(creven) robbijn sijn zone/
leven sal ende niet lange(r) Ende nae de doot des voirs(creven) robbijns die/
den voirs(creven) janne sine(n) brueder t(er) stont te volgen(e) Met vurw(er)den oft de voirs(creven)/
jan van boemale de vader aflivich wordt voir den voirs(creven) robbijne dat/
dan de voirs(creven) jan desselfs robbijns brued(er) de selve lijfpen(sie) heffen sall/
ende bue(re)n ende die jairlix beke(re)n in orber ende p(ro)fijte desselfs robbijns/
In desen voort bevurw(er)t oft de voirs(creven) lijfpen(sie) in toecomen(de) tijden afgequete(n)/
wordde datmen de pe(n)ninghe dair aff comen(de) weder om aenleggen zall/
in ghelijke lijftochten tot behoef als voe(r) en(de) de brieve d(aer) aff altijt te bliven(e)/
onder scepen(en) o(m)me dair mede ghedaen te wordden(e) ghelijck voirs(creven) steet eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-08-13 by The Administrator