SAL8140, Act: R°105.1-V°105.1 (190 of 468)
Search Act
previous | next
Act R°105.1-V°105.1  
Act
Date: 1470-11-16

Transcription

2020-07-06 by Dominique Van Daele
Cont zij allen lieden dat een deilinghe en(de) sceidinghe gemaect/
sijnde tusschen woute(re)n vanden tymple in deen zijde ende janne/
vanden borchoven in dander zijde als vanden goeden hier nae/
bescreven die de selve p(er)soene(n) tsamen en(de) onve(r)deilt houden(de)/
sijn en(de) die toebehoe(re)n plagen goly wijlen die vroede Te/
weten van eenen stucke wijng(ar)ts houden(de) drie vierdel luttel/
min oft meer gelijc dat gelegen is inde corte groeve tussce(n)/
de goede her lodewijx pynnocs ridd(er)s meyers te loven(e) en(de)/
de goede jans van buetsele inde cortstrate aen deen zijde/
en(de) de strate ald(aer) gaen(de) t(er) stat vesten ald(aer) in dand(er) zijde/
stuycken(de) tvors(creven) stuc wijng(ar)ts metten eene(n) ynde tot aende/
goede arnold(us) kyp de vors(creven) goede in twee deele gedeilt/
sijnde soe sijn bleven en(de) gevallen den vors(creven) wout(ere)n in sijn/
deilinghe vanden vors(creven) goeden de twee derdegedeelte vanden/
selven goeden Te weten die twee derdegedeelten die gelege(n)/
sijn naest den goede des vors(creven) he(re)n lodewijx en(de) jans van buetsele/
gelijkerwijs de vors(creven) twee derdegedeelten vanden ande(re)n derdegedeelte/
opde twee derdegedeelten van allen den ouden co(m)me(r) uut den vors(creven)/
geheelen goeden uutgaen(de) ten gewoenliken tijden te betalen/
En(de) voert gevallen en(de) gebleven den vors(creven) ja(n)ne vanden/
borchove(n) in sijn deilinge vanden vors(creven) goeden dand(er) derden/
deel d(aer) af te weten dat derdendeel dat gelege(n) is naest/
der vors(creven) straten gelijckerwijs beide de vors(creven) gedeelte(n) des vors(creven)/
wout(er)s en(de) jans deen vand(en) and(er) met zeke(re)n palen en(de) tekenen/
v(er)sceiden sijn op terde gedeelte van allen den ouden co(m)mer en(de)/
vast uuten vors(creven) geheele(n) goeden uutgaen(de) ten gewoenliken tijd(en)/
te betalen op alsulken vurw(er)de en(de) (con)dicie dat de vors(creven) jan vand(en)/
borchoven en(de) sijn wettige oire(n) en(de) erfgename(n) hue(re)n hue(re)n wech/
hebben en(de) behouden sullen gaens en(de) keerens dat de porte ald(aer)
//
o(m)me totte(n) vors(creven) derdendeele vanden selve(n) derden wijng(ar)de te come(n)/
t(er) mi(n)ster scaden alsoe langhe als de selve jan vanden borchove(n)/
en(de) sijn wettige oire(n) en(de) erfgenamen [d(aer) aff] possessoers sijn sullen end(e)/
bliven vanden
[en(de) niet lange(r)] En(de) dat de vors(creven) woute(r) alse voir de twee/
derdegedeelte(n) en(de) de vors(creven) jan vanden borchove(n) voir dand(er)/
derdendeel de voirs(creven) poerte in goeden state houden sullen/
hanc q(u)[o](libet) p(ro)miss(eru)nt rat(um) (et) sat(isfacerunt) cor(am) vos winghe no(vem)[b(ris)] xvi
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2018-08-13 by The Administrator