SAL8142, Act: V°313.2 (560 of 808)
Search Act
previous | next
Act V°313.2  
Act
Date: 1474-03-07

Transcription

2020-11-21 by myriam bols
It(em) vranck beys woenen(de) te meldert in p(rese)ncia heeft genomen en(de) bekendt/
genomen te hebben van henricken vander balct geheten vanden lootsb(er)ge/
soen wilen henricks de goede hier na bescr(even) Inden yersten and(er)half/
boender lands gelegen ter plaetsen geheten aender vranck(rijx)? boender/
in twee stuck It(em) een boender lands gelegen op den ruelens poel/
gelegen opten selven ruelens poel It(em) eenen hoff gelegen aende/
mee(re) It(em) een dachmail lands gelegen op den couthe(r) boven de mee(re)/
It(em) eenen beemd gelegen inde selve mee(re) Te houden te hebben en(de) te/
gebruycken van halfmerte dat zijn sal int jair xiiii[c] lxxvi nae/
costume van scriven shoofs van camerijck eenen termijn van xii/
jairen langh deen na dander zonder middel volgende elcx jairs/
dae(re)nbynnen voe(r) ende om sess zacken rogs goeds en(de) payabels/
der maten van lov(en) en(de) pacht van meldert te weten vi halst(ere)n rogs/
d(er) selv(er) maten voer elcken zack voirs(creven) gerekendt alle jaire ts(in)te/
andriesmisse apostels te betalen en(de) te loeven te leve(re)n also dat de/
voirs(creven) henrick bynnen den voirs(creven) xii jairen xii pachten heffen sal/
den selven henricken den voirs(creven) termijn due(re)nde (et) quo(li)[b(et)] ass(ecutu)[m] Met/
vorwerden dat de voirs(creven) wynne de voirs(creven) lande jairlicx zijnen tijd/
due(re)nde wel en(de) loflic wynnen werven ende mesten sal gelijc/
reengenoten boven en(de) beneden en(de) de selve goede laten tsijne(n)/
afscheiden gelijc hij die tsijnen aencomen aenveerden sal En(de)/
alle dese vorwerden (et)c(etera) cor(am) blanckairt hoeven m(ar)cii vii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus