SAL8162, Act: R°185.1-V°186.1 (273 of 489)
Search Act
previous | next
Act R°185.1-V°186.1  
Act
Date: 1501-01-28

Transcription

2022-10-20 by Jos Jonckheer
Cont zij allen lieden dat h(er) pancras schildemans/
p(rie)ste(r) capellaen inder kercken van sinte pet(er)s te loeven(e) en(de)/
ka(tlij)[ne] schildemans zijn zust(er) cu(m) tut(ore) ac etat(is) xxxi [a(n)nor(um) et ultra ut asseruit] t(er) eenre en(de) jan oliviers/
zone wijlen pauwels t(er) ande(r) zijden in p(rese)ncia hebben openbairl(ijck)/
gekynt en(de) gelijdt voe(r) hen hue(re)n erven en(de) nacomelinghen/
dat zij met malcande(re)n ov(er)comen en(de) eenswordden zijn de/
vorweerden condicien en(de) geluften hier naevolgen(de) aengaen(de)/
zeke(re) huysen en(de) erfrinten hier nae v(er)claert Te weten(e) van/
dien seven en(de) een halve croenen te xxv stuv(er)s de geheel/
croene ge(re)kent en(de) van dien vie(r) rijns gul(den) al erflijck den/
voirs(creven) janne oliviers toebehoiren(de) staen(de) bevasticht ende/
verpant op de goede hier navolgen(de) toebehoiren(de) den/
voirs(creven) he(re)n pancras en(de) katlijnen zijnder zust(er) Te weten(e)/
de voirg(eruerde) vii(½) croenen erflijck op een huys en(de) hof metten/
toebehoirten gelegen ov(er) de steenbrugghe inde strate geheeten/
de dekenstrate aen de dijle ald(air) en(de) de voirs(creven) vie(r) rijns gul(den)/
erflijck op een cleyn huys metten toebehoirten gelegen/
naist den voirs(creven) huyse en(de) hove inde dekenstrate welcke/
vorweerden condicien en(de) geluften hebben de voirs(creven) h(er) pancras/
en(de) katlijne zijn zust(er) de p(ri)vil(egien) vander eerw(er)dig(er) univ(er)siteit/
des(er) stad van loeven(e) en(de) alle ande(re) vryheiden des(er) aengaen(de)/
renu(n)cie(re)nde t(er) eenre en(de) jan oliviers t(er) ande(r) zijden/
malcande(re)n gelooft voe(r) hen hue(re)n erven en(de) nacomelingen/
vast gestentich onv(er)brekelijck en(de) van weerden te houden/
tot ewighen daghen Inden iersten dat de voirs(creven) h(er) pancras/
en(de) katlijne zijn zust(er) van beide den voirs(creven) erfrinten aflegge(n)/
zullen des hier naevolcht En(de) ierst twee croenen erflijck van/
opten iersten dach van junio naistcomen(de) ov(er) een jair dair nae/
volgen(de) It(em) i(½) croene erflijck bynnen eenen jae(r) v(er)volgen(de) en(de)/
noch twee rijns gul(den) erflijck bynnen eenen ja(r)e dair naist/
vervolgen(de) quol(ibe)t ass(ecutu)m en(de) elcken pe(n)ni(n)ck dair met sesthien/
gelijcken pe(n)ni(n)gen in valeur van ghelde gelijck de pe(n)ni(n)gen/
ten tijde vander constitutien der voirs(creven) twee erfrinten zijn/
gevalueert ac cu(m) niet tegenstaen(de) dat de brieven van/
beide den voirs(creven) erfrinten begrijpen die rinten te quijten den/
pe(n)ni(n)ck achthiene welcke voirg(eruerde) twee erfrinten hebben
//
de voirs(creven) h(er) pancras en(de) katlijne zijn zust(er) renu(n)c(ierende) als vo(r)e/
gelooft den voirs(creven) ja(n)ne oliviers en(de) zijnen nacomel(ingen) jairlijcx/
ten behoirlijcken tijden te betalene tot ewigen dagen gelijck/
de brieven dair op gemaict volcomelijck begrijpen It(em)/
is cond(iti)[e] dat de voirs(creven) her pancras en(de) katlijne zijn zuster/
beide de voirs(creven) huysen t(er) stont zullen doen repare(re)n wel en(de)/
loflijck van wanden daken mue(re)n ty(m)meringen en(de) van/
allen ande(re)n gebreken en(de) edificien en(de) tot dien de selve/
huysen van nu voirtaen tewigen daghen houden in goeden/
state en(de) rep(ar)acien wel en(de) loflijck van wanden daken mue(re)n/
ty(m)meringhen en(de) van allen ande(re)n gebreken en(de) edificien/
en(de) die in gheenre manie(e)n te laeten arge(re)n tott(er) tijt toe/
beide de voirs(creven) erfrinten panden voirg(eruerde) twee huysen int/
geheele afgeleecht en(de) afgequeten zijn zullen welcke/
rep(ar)acien en(de) edificien de voirs(creven) jan oliviers en(de) zijn erfg(enamen)/
jairlijcx zullen moegen doen visite(re)n om alle gebreken/
van rep(ar)acien en(de) edificien voirg(eruert) te doen onderhouden/
en(de) volbringhen en(de) t(er) meerder zekerheit den voirs(creven) ja(n)ne/
oliviers en(de) zijnen erfg(enamen) vander jairlijcker betalinghen/
van beide den voirs(creven) erfrinten vanden geluften van/
afleggen der voirg(eruerde) erfrinten en(de) vand(en) voirs(creven) rep(ar)acien/
en(de) edificien te doene hebben de voirs(creven) h(er) pancras en(de)/
katlijne zijn zuster de(n) voirs(creven) janne oliviers de voirg(eruerde) twee/
huysen metten toebehoirten gelegen als vo(r)e tsamen en(de)/
elck voe(r) al bij orlove tshe(re)n vand(en) gronde in tytle van/
wettigen onderpande v(er)obligeert en(de) tonderpande gestelt/
van welcken onderpande hebben gelooft ind(ivisim) de voirs(creven) h(er)/
pancras en(de) zijn zust(er) renu(n)cie(re)nde als voirs(creven) is den voirg(enoemde)/
ja(n)ne oliviers tot zijnre manissen altijt genoech te doene/
zoe verre zij in des voirs(creven) steet yet te luttel gedaen/
hadden en(de) mits desen heeft de voirs(creven) jan oliviers/
geconsenteert en(de) gewillicoirt voe(r) hem en(de) zijne(n) erfg(enamen)/
dat de voirs(creven) h(er) pancras en(de) zijn zuster en(de) hue(re) nacomel(ingen)/
tsurplus van beide den voirs(creven) erfrinten zullen moege(n)/
afleggen elcken pe(n)ni(n)ck dair af insgelijcx met sesthien/
gelijcken pe(n)ni(n)gen en(de) met valeur van ghelde gelijck voe(r)
//
verclairt steet ac cu(m) en(de) om den voirs(creven) janne oliviers/
noch voirder vasticheit vanden voirs(creven) geluften van/
aflegghen te doene hebben de voirg(enoemde) h(er) pancras/
en katlijne zijn zuster in jegenwoirdich(eit) des meyers/
van loeven(e) dair ov(er) staen(de) van heerheiden van wegen/
ons gened(ichs) he(re)n des eertsh(er)toghen van brabant/
en(de) der scepen(en) van loeven(e) gestaen den voirg(enoemde) janne/
oliviers eenen beempt met zijnen toebeh(oirten) gelijck/
hij gelegen is bij he(re)nthals tusschen de goede/
[vacat]/
[vacat] bij orlove des voirs(creven) meyers/
van loeven(e) dair ov(er) staen(de) als vo(r)e in tytle van wettige(n)/
onderpande v(er)obligeert en(de) tonderpande gestelt in welcke(n)/
beempt denijs melgiers jouffr(ouwe) ynghele va(n) boeckele/
huysvr(ouwe) denijs melgiers geheeten laukens ende/
der selv(er) jouffr(ouwen) ynghelen kynde(re)n een cleyn gedeelte/
hebben de quo sat(isfacere) d(i)c(t)i d(omin)us pancras et eius/
soror renu(n)cian(tes) ut(supra) et war(andiza)[re] id(em) ultimu(m) subpignus/
sub xv st(uferis) he(re)ditarii census termi(ni)s t(am)q(uam) p(ro)ut ac/
q(uem)admodu(m) den voirs(creven) beempt in erfdo(m)me gehouden/
wordt van [vacat]/
iu(r)e d(i)c(t)i d(omi)ni fundi aut welcken onderpant gestelt/
is te dier meyni(n)gen dat de voirs(creven) jan oliviers oft/
zijn erfg(enamen) alle gebreken van afleggen voirg(eruert) v(er)halen/
zullen moegen alsoe wel aen den voirs(creven) beempt/
als aen de voirs(creven) twee huysen hier inne bevorw(er)t/
zoe wa(n)neer de voirs(creven) iii(½) croenen erfelijck en(de) twee/
rijns gul(den) erflijck afgeleecht zijn zullen dat den/
voirs(creven) beempt vand(en) voirs(creven) onderpande quijt sal/
zijn en(de) blijven tot ewighen daghen Geloven(de) voirts/
de voirs(creven) h(er) pancras en(de) zijn zust(er) renu(n)c(ierende) als vo(r)e/
den voirg(enoemde) janne oliviers dat zij tusschen dit en(de)/
sinxenen naistcomen(de) den voirs(creven) beempt gelegen
//
als vo(r)e den voirg(enoemde) janne oliviers voe(r) de vastich(eit)/
voirs(creven) tonderpande stellen zullen voe(r) he(re) en(de) hof/
dair afmen den voirs(creven) beempt houden(de) is en(de)/
alsdan den selve(n) janne oliviers dair af bringen/
bezeghelde brieven al sonder cost oft last des/
voirs(creven) jans oliviers cor(am) tymple buetsselle ja(nua)[rii] xxviii
ContributorsWalter Winnelinckx , Mi-Je Van Gils
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus