SAL8162, Act: R°225.3-V°225.1 (339 of 489)
Search Act
previous | next
Act R°225.3-V°225.1  
Act
Date: 1501-03-02

Transcription

2022-11-02 by Jos Jonckheer
Want thomaes de lamier geheeten lauwers/
als p(ro)cur(eur) en(de) voirgange(r) wouters ymbrechts scrij(n)makers/
en(de) lijsbetten mag(er)mans zijnder huysvr(ouwe) geleydt zijnde/
uut machte van scepen(en) brieven van loeven(e) voe(r)/
hue(r) wettich gebreck vand(er) geluften van ontheffen/
van eenen gul(den) pe(n)ni(n)ck geheeten pet(er) erf(elijck) den/
ambachte vand(en) bried(er)s in des(er) stad van loeven(e) toebeh(oirende)/
tot eenen huyse en(de) hove met allen zijne(n) toebehoirten/
gelijck deiselve goede gelegen zijn inde dorpstrate/
buyten de bynnen porte toebeho(r)ende he(re)n janne heyms/
prieste(r) voe(r) de vastich(eit) vander voirs(creven) geluften van/
ontheffen met [vacat] en(de) met
//
eenen bedel den selven he(re)n janne heyms hadde/
doen bevelen zijn handen te lichten vand(en) voirs(creven)/
goeden en(de) hem alsoe dach van rechte doen/
besceiden opten xxiii dach van januario lestled(en)/
zoe verre de selve h(er) jan heyms de voirg(eruerde)/
zijn goeden soude p(re)tende(re)n te v(er)antwordden tot/
welcken daghe de selve h(er) jan heyms in p(er)soene/
comp(ar)e(re)nde en(de) de aensprake desselfs geleydden/
gedaen zijnde en(de) die gehoirt hebbende de/
voirs(creven) her jan heyms dair op dede seggen dat/
hij begheerde te hebben dach van verantwordden/
eenen t(er)mijn van acht daghen dair nae v(er)volgen(de)/
gelijck tregist(er) vander voirs(creven) daet volcomelijcken/
begrijpt Tot welcken daghe noch tot opten dach/
van heden de voirs(creven) h(er) jan heyms niet comen/
en is noch ande(re) van zijnen weghen den voirg(enoemde)/
geleydden comp(ar)e(re)nde en(de) trecht voirts v(er)suekende/
soe wijsden de he(re)n scepen(en) van loeven(e) t(er) manissen/
smeyers voe(r) een vo(n)nis tyerst gevisiteert tvoirs(creven)/
regist(er) vand(er) daet januarii xxiii lestleden dair/
inne men clairlijck bevonden heeft dat de voirs(creven)/
h(er) jan heyms den voirs(creven) dach van v(er)antwordden/
bynnen viii dagen v(er)volgen(de) genomen heeft zoe/
verre de weder p(ar)tie vand(en) geleydden niet en/
quame ten opstaene van meye(r) en(de) scep(enen) datmen/
den voirs(creven) geleydden vand(en) voirs(creven) goeden houden/
soude inde macht van zijnen beleyde zoe v(er)re/
dat noch voe(r) scep(enen) comen is cor(am) tymple buetsselle/
boechout baets marcii secunda
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus