SAL7330, Act: R°268.5-V°268.1 (186 of 294)
Search Act
previous | next
Act R°268.5-V°268.1  
Act

Transcription

2020-03-12 by Kristiaan Magnus
Cond sij allen lieden dat wout(er) van b(er)them natuerlijc sone denijs/
wilen van b(er)them es comen in jeg(ewordicheit) d(er) scepen(en) van loven(en) en(de) heeft gegheve(n)/
en(de) bekent dat hij gegeven heeft jannese van oppendorp geheten/
van ralenbeke de eyghene goede h(ier) nae bescreven gelegen te vertrike/
Inden Iersten een dachmael en(de) vi roeden lants gelegen opt/
tvelt geheten eyghen meer tusschen de goede henrix wilen pylisers/
en(de) merten wilen v(er)lanen in beyden sijden It(em) een half boender/
en(de) eene(n) twintich roeden lants gelegen tusschen de goede h(ere)n philipps/
van tuydekem ridders en(de) mertens verlanen Item (½) boender ende/
derthien roeden lants gelegen bide(n)de langen beemdt naest de
//
lande godevardts kersmake(re) It(em) vivendertich roeden lants/
gelegen bijden biestbeemdt naest de lande jans van coutheem/
It(em) (½) boend(er) lants drie roeden lants mijn geheten de heyde/
tusschen de goede jans van coutheem en(de) arnts van lenke Item/
seven en(de) twintich roeden lants gelegen bijd(er) hagen bij van/
redingen tusschen de goede godevardts kersmake(re) voirs(creven) en(de)/
willems van holsbeke It(em) neghen en(de) dertich roeden lants/
gelegen tusschen de lande sp(er)soens van willenbringen en(de)/
robins sgroeten It(em) sevenen(de)vertich[veertich] roeden lants gelege(n)/
op den wech dair men gheet van redingen te honshem w(er)t/
bijd(er) lijmhagen naest den landen van scoenhoven It(em) tseve(n)tich/
roeden beemdts geheten den biesbeempt gelegen tusschen/
jans vanden borchoven en(de) arnts van ype(re) It(em) tsestich roeden/
beemts geheten den droegen biesbeemt gelegen tusschen/
de goede jans vanden borchoven a en(de) arnts van ype(re) te/
houden en(de) te hebben alsoe lange als de voirs(creven) woute(re) leven/
sal alle jare om vier mudde corens pacht van willenbringe(n)/
goet en(de) payabel mate van loven(en) lijfpensen ten lijve des/
voirs(creven) wouters alle jare te s(en)[te] andriesmisse apostels [te bet(alen)] en(de) ten/
loven(en) ten huyse des selfs wouters te leve(re)n alsoe lange/
als hij leven sal en(de) niet langer [quol(ibet) ass(ecutu)[m]] en(de) heeft geloeft de voirs(creven)/
woute(r) den voirs(creven) joha(n)nese vanden voirs(creven) uutgeven jegen/
enen yegeliken recht warant te sijne absoloens hug(ar)den/
fe(bruarii) xxiiii
//
ContributorsInge Moris , Dieter Peeters
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2012-06-22 by Inge Moris