SAL7337, Act: R°392.1 (530 of 572)
Search Act
previous | next
Act R°392.1  
Act
Date: 1443-05-25

Transcription

2020-07-04 by Kristiaan Magnus
Item jan kinar de jonge soen jans wilen kinar wonen(de) te jandrengnoel in p(rese)ncia heeft genomen/
en(de) bekint dat hij genomen heeft van he(re)n anceal del haye moinc en(de) religieux des cloeste(r)s/
van genblours volcomentlic gemechticht van des voirs(creven) cloeste(r)s wegen de lande des voirs(creven)/
cloeste(r)s gelegen te jandrengnoel met allen hue(re)n toebehoirten uutgenomen de chijnse renten/
en(de) erfpachte des selfs cloeste(r)s ter voirs(creven) plaetsen gelegen dair inne de voirs(creven) wy(n)ne egheen/
recht hebben en sal Te houden te hebben en(de) te wynnen van halfmerte dat was/
int jair xiiii[c] xli ene(n) t(er)mijn van xii jaeren lang deen na dand(er) sond(er)/
middel volgen(de) elx jaers darenbynnen o(m)me xxix mudden corens der maten van jandrain/
alsulx als opt voirs(creven) goet jairlix wassen sal alle jare(n) sinte andries misse apostels/
te betalen En(de) deen helicht dair af tot thienen en(de) dand(er) helicht te jandrengnoel/
te leve(re)n den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde quolib(et) ass(ecutu)[m] Item is vorweerde dat de voirs(creven)/
wynne de voirs(creven) lande wel en(de) loflic wynnen en(de) werven sal gelijc sijnen reingenoeten/
Te weten den roggen arnt op vier vo(r)en den somer arnt op drie vo(r)en en(de) de brake/
eens om gedaen en(de) die wel en(de) loflic mesten en(de) oic alle stroe comen(de) vanden/
voirs(creven) landen met sijnen beesten etten en(de) [te] meste maken en(de) tvoirs(creven) mest voe(re)n opt/
voirs(creven) lant slans meeste p(ro)fite Item is oic vorweerde dat de voirs(creven) wynne/
jaerlicx betalen sal ten gewoenliken tijden allen den chijs en(de) last uut den voirs(creven)/
goeden jairlicx gaende also in tijts dat den voirs(creven) cloeste(r) dair af egheen scade en/
come sonder afslach vanden voirs(creven) pachte Item is vorwerde dat de voirs(creven) wynne/
de voirs(creven) lande d ten uutgaen van sijnen voirs(creven) t(er)mijne bloet laten sal want hijze/
also vant te sijnen aencomen bij also dat de voirs(creven) wynne des voirs(creven) is niet tegenstaende/
ten lesten jae(re) niet meer betalen en sal dan xii mudde corens d(er) voirs(creven) maten/
en(de) dair toe sal des den voirs(creven) wynne volgen ten selven jae(re) alle stroe vanden/
wynt(er) [coren en(de) caf dat dan opt selve lant gewassen sal sijn] Item is vorweerde dat de voirs(creven) wynne jairlix afslach doen sal vanden/
voirs(creven) xxix mudde corens een half mudde o(m)me deswille dat hij m(ijn) gened(ige)/
he(re) jaerlicx dragen moet oft doen dragen zeke(re) getale van capp(uynen) d(aer)t voirs(creven)/
cloeste(r) in gehouden is ten seke(re)n plaetsen dair omtrent gelegen cor(am)/
kersmake(re) willem(air) maii xxv
ContributorsJos Jonckheer , Inge Moris
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2013-05-07 by Jos Jonckheer