SAL7338, Act: R°323.1 (378 of 519)
Search Act
previous | next
Act R°323.1  
Act
Date: 1444-03-12

Transcription

2020-11-10 by Roger Morias
It(em) want wout van quaderebbe die gheliet es nader stad recht van loven(e) tot/
den goeden jans papen in deen zijde ende gielijs die moldere die voe(r) hof en(de) he(re) gegoet/
es in allen den goeden die toe te behoren plagen janne wilen geldens in dandere/
op heden teghen malcande(re)n dach van rechte hadden vanden goeden des voirscr(even)/
willen jans geldens dair na [aen] de selve gielijs den voirs(creven) woute(re)n ongebruyc dede ende/
sijnde te doene soe es de voirs(creven) gielijs comen voe(r) scepen(en) van loven(e) en(de) heeft gekynt/
en(de) gelijdt dat hij egheen recht en heeft int vierendeel van allen den goeden die/
ghebleven zijn nae die doot des voirs(creven) willen jans geldens kathelinen willen/
colebrants zijns wijfs en(de) joes wilen geldens der voirs(creven) ghehuyschen soens gelegen/
inde prochie van hersselt en(de) dair omtrent van welken vierendeel de voirs(creven)/
gielijs tot behoef des voirs(creven) wouters behoerlic verteghen en(de) gerenu(n)ceert heeft/
ende alse vanden ande(re)n drie vie(re)ndeelte hebben de voirs(creven) wouter in deen/
zijde ende de selve gielijs in dande(re) dach van recht genomen vanden yersten/
dijsendaghe na beloken(en) paesschen naestcomen(de) over xiiii nacht dair na volgen(de)/
cor(am) vync dormale martii xii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-11-25 by Jos Jonckheer