SAL7348, Act: V°317.1 (542 of 662)
Search Act
previous | next
Act V°317.1  
Act
Date: 1455-04-26

Transcription

2020-11-03 by Jan Boncquet
It(em) de voirs(creven) gehuyssche hebbe(n) geconsenteert dat de voirs(creven) barthelmeeus/
mette(n) voirs(creven) brieve(n) sal moege(n) verhalen en(de) aen hue(r) goede trecke(n) aen/
alsulke(n) schout als de selve gehuyssche den voirs(creven) barthel(meeus) op de(n) dach/
van hede(n) sculdich zijn oft voirtane sculdich sele(n) werden alsoe v(er)re/
als de selve barthelmeeus die schout met hantgescriften des voirs(creven)/
sand(er)s oft met zijne(n) zegle en(de) brieve(n) oft met ande(re)n speciale(n) scepen(en)/
brieve(n) dan voirs(creven) zijn bewisen sal co(n)nen met alle(n) costen en(de) scade(n) also/
wel coste(n) va(n) rechte als ande(re) die de voirs(creven) b(ar)thelmeeus lijden sal/
om de voirs(creven) scout te v(er)reycke(n) de welke hij tot sijnd(er) sympeld(er)/
eedt groetsen sal moege(n) sond(er) and(er)e proeve d(aer) om te moete(n) doen/
op also dat de selve barth(elmeeus) de selve zijn schout yerst neme(n) sal dierste/
drie jaer naestcomen(de) aen de lijfrenten tot huerre beyd(er) live die de/
voirs(creven) gehuyssche hebbe(n) op de hoeve d(er) jouff(rouwe) va(n) diest te m(er)hout/
gelege(n) aen een vorsterie te vorst geldende x g(ri)pe(n) tsjaers x/
te xxx pl(a)c(ken) stuc It(em) aen een vorsterie te m(er)hout gelden(de) iiii(½) gelike/
g(ri)pen It(em) aen de wate(re) te testelt gelden(de) xvi(½) g(ri)pe(n) ind(er) voirs(creven)/
weerden It(em) aen de chise des voirs(creven) sand(er)s inde lande va(n) sichen(en)/
gedragende v(½) pet(er)s tsjaers het en ware datse eer aflivich/
werde(n) Ende oft hij die niet geheffen en conde oft datse aflivich/
worden en(de) oec ten ynde vande(n) drie jare(n) sal hij sijn gebrec moege(n)/
verhalen aen dand(er) goede der selver gehuyssche(n) soe lange hij va(n) zijne(n)/
gebreke voirg(eruert) na den ondersceyde voirs(creven) gecuelt sal wesen De voirs(creven)/
gehuyssche hebben oec begheert dat gerardus van baussele sec(re)tar(is)/
der stad va(n) loeven(e) die van voe(r) tot de(n) goeden der voirscr(even)/
gehuysscen beleit was ende tselve beleit met allen brieve(n) die/
hij van hen onderhadde met hueren consente den voirs(creven) barth(elmeeus) heeft/
ov(er)gegeven dat de selve gerardus den voirs(creven) barth(elmeeus) behulpe ofts/
behoeft dat hij tot den zijne(n) op de maniere voirs(creven) moege comen/
altoes ten coste van hen ende ten laste van hue(re)n goeden cor(am) eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-11-08 by Xavier Delacourt