SAL7361, Act: V°214.3 (456 of 503)
Search Act
previous | next
Act V°214.3  
Act
Date: 1468-05-19

Transcription

2019-09-03 by myriam bols
It(em) gheerd van schaetbroec geheeten vanden borre woenen(de) ter lane(n)/
onder de heerlicheit van smeyersberghe heeft gelooft janne vander/
borch van loeven(en) dat hij teghen den selven janne bynne(n) acht dage(n)/
nae dat hijs vand(en) selven janne versocht wordt te rechte come(n) sal/
inde banc desselfs jans te smeyersberghe vors(creven) van alsulken coren/
brueken oft eysschen alse de selve jan hem eysscen(de) mach sijn en(de) oic/
van des hij aenden meye(r) desselfs jans aldair gebruect mach hebben/
vander handedich(eit) die hij aenden selven meye(r) gedaen mach hebben en(de)/
dat hij aldair van dien op dat sijs metter mynne(n) niet en over/
comen totten ynde vander saken bliven sal te rechte Ende dat hij ald(air)/
ten versueke des vors(creven) jans aldair comen sal ter aensprake(n) bynne(n) acht/
daigen nae dat hijs gelijc voe(r) versocht wordt d(air) af es des voirscr(even)/
gheerts borghe librecht gielijs woenen(de) toverijssche Et p(rim)[(us)] roelants/
col(en) maii xix
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-26 by Jos Jonckheer