SAL7366, Act: V°42.4-R°43.1 (91 of 598)
Search Act
previous | next
Act V°42.4-R°43.1  
Act
Date: 1472-09-07

Transcription

2019-04-13 by Claire Dejaeger
It(em) jan oliviers ende gelden paige beide van eversberghe hebben gelooft/
indivisim gerarde van baussele secretar(is) dat zij bynnen veerthien nachte(n)/
naistcomen(de) te loeven(en) in handen desselfs gerarts leve(re)n selen eene(n) scepen(en)/
brief van eversberghe dair inne de heiligheestmeest(er)s van eversberghe/
met (con)sente vand(en) gemeyne(n) dorpe sullen kynnen dat de selve gerard den/
vors(creven) heylige(n)gheeste deughdelic met gereeden pe(n)ing(e) afgequijt heeft/
die twee oude grote en(de) twee capuyne(n) erflic die de selve heiligeest/
van eversberge hadde opde goede der vors(creven) gerarts geleg(en) ter vue(re)n/
welke pe(n)ninge zij voorts bekeert hebben in meer orboirs des vors(creven) heyligheests/
want zij d(air) mede gecocht hebben zeke(re) goede binne(n) der p(ro)chien van eversberge/
geleg(en) tegen janne grouwel en(de) willem(me) van store die vele beter zijn/
dan den voirs(creven) chijs Ende dat zij hem oic leve(re)n sullen binne(n) den selve(n)/
tide een greacie mijns he(re)n van camerijc hier toe dienen(de) in brieven
//
des voirs(creven) he(re)n van camerijc Behoudelic dat de voirs(creven) gerard tscrijfgelt/
vand(en) vors(creven) brieve van greacien betalen sal Voorts hebben zij hem/
gelooft vier rinsche guld(en) te twintich stuv(er)s tstuc te betalen tusschen/
dit en(de) aller heyligen messe naistcomen(de) die hij hen in orboe(r) des vors(creven)/
heyligheest geleend heeft bove(n) de vors(creven) afquitinge cor(am) vync heykens/
septembr(is) vii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-27 by Xavier Delacourt