SAL7373, Act: R°172.1 (391 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°172.1  
Act
Date: 1480-01-11

Transcription

2020-05-12 by Greet Foblets
Vander questien geport inde banck voir meye(r) ende scepen(en) van/
loeven(e) tussche(n) pete(re)n vander most en(de) gielijse van cole(n) t(er) eender/
zijden ende d(er) weduwen jans wijlen ouderogge t(er) andere Ald(air)/
de voirscreve(n) peter ende gielijs dede segge(n) hoe dat zij/
in voirleden(en) tijde borge(n) ware(n) bleve(n) voe(r) den voirscreven(en)/
wijlen janne ouderogghe voe(r) acht rijders erfflijck en(de) dat/
zij in voirleden(en) tijden ov(er)mids der selver borchtocht ontboden/
hebbe(n) voe(r) de selve stadt de voirscr(even) weduwe om vander/
selver borchtocht gelost te worde(n) en(de) dat zij aldair in/
p(rese)ncien vander stat toeseyt en(de) geloefde den voirscr(even) twee/
p(er)sonen te lossen(e) vander borchtocht vander voirscr(even) acht rijders/
erflijck Dair voe(r) de selve pet(er) en(de) gielijs voirs(creven) borghen/
staen aen jacoppe scholier en(de) zijne(n) kinde(re)n hen des gedragen(de)/
tot e(n)nigen p(er)sonen vanden selve(n) rade en(de) oick ande(re)n die/
dair bij geweest hebbe(n) Aldair tegen de voirscr(even) weduwe/
sustine(re)nde de contrarie hoepte ende meynde datmen dat/
alsoe niet bevi(n)den en soude mair dede seggen dat zij wae(r) de/
ghene die de selve borgen altijt hueden woude van schade(n)/
ende lasten vander selver borchtocht Ende wae(r) bereet hen/
te lossen(e) nae inhoudt vanden principale(n) brieve(n) oft gelijck/
dat bevorwert mocht zijn ten tijde doen pet(er) en(de) gielijs voirs(creven)/
die gelueften deden en(de) nae inhoudt vanden br(ieven) ap(ar)t ende/
anders niet Mair zij en wist niet van e(n)nigen toeseggen(en)/
oft oick van e(n)nigen tijde d(air)inne zij huer v(er)obligeert soude/
hebbe(n) om de selve te lossen(e) Sustine(re)nde alsoe dat zij vand(er)/
voirscr(even) aenspraken ongehouden soude zijn Ende alsoe/
dbescheyt vanden voirs(creven) aenlegge(re)n d(air)toe zijs hen gedroege(n)/
aengehoirt zijnde en(de) d(air)op gelet es gewesen bijden selve(n)/
scepen(en) ter manissen smeyers dat de wed(uwe) voirscr(even) ongehouden/
sal zijn vand(er) ae(n)spraken aengaen(de) d(er) gelueften mair oft hen gelieft/
and(er)s d(er) voirscr(even) wed(uwe) yet te eyschen(e) dat zij dat doen moege(n) met/
rechte In scampno januar(ii) xi
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-29 by Jos Jonckheer