SAL7373, Act: R°319.1-V°319.1 (711 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°319.1-V°319.1  
Act
Date: 1480-05-13

Transcription

2022-11-19 by Greet Foblets
Vanden gedinghe dat geweest heeft inde banck voir meye(re) ende/
scepen(en) van loven(e) tussche(n) he(re)n mych(iele) absoloens ridde(r) zone mych(iels)/
wijle(n) absoloens aenlegge(r) t(er) eender zijden en(de) gielise va(n) zweysvelt/
verweerde(r) t(er) ande(re) om een half mudde core(n)s erfpachts dat willem/
horeman lant(er)nemake(r) a(n)no xliii maii xxviii behoude(n) hadde op/
een bloexken geleg(en) opde grove tussche(n) de h(er)strate t(er) eender en(de)/
wout(er)s va(n) lare goede t(er) ande(re) dat de selve wille(m) d(air)op uuytgaf/
henr(icke) willarts en(de) welck half mudde core(n)s voirts de voirscr(even)/
h(er) mychiel als naeste e(n)nich hoir en(de) erfgename des voirs(creven) mych(iels)/
zijns vaders hadde en(de) houden(de) was soe hij meynde zoe uuyt crachte/
van beleyde va(n) scepen(en) brieve(n) va(n) loven(e) dair mede zijn vader a(nn)[o]/
xlv januar(ii) xxvii geleyt was totte(n) goede(n) reyners a(n)nema(n)s zoe/
uuyt ande(re)n ky(n)nissen en(de) contracte(n) d(air)aff tusschen den selve(n) reyne(re)n/
en(de) barbelen wayebeckers zijne(n) wive docht(er) des voirscr(even) willems/
horema(n)s t(er) eender en(de) wijle(n) den voirs(creven) mych(ielen) abs(oloens) t(er) ande(re) gepass(eer)t/
voe(r) scepen(en) va(n) loven(e) a(n)no xlvii febr(uarii) xxi Bove(n) een half mudde/
core(n)s erflijck dat hij d(air) alnoch meer hadde namelijck op huys en(de)/
hoff mette(n) toebehoirte(n) dat a(n)no xxxvii febr(uarii) vii robbeert yente(n)/
te(n) erfpachte genome(n) hadde vande(n) voirscr(even) willem(me) horema(n) al(ia)s waybecke(re)/
op tselve ander half mudde corens erflijck voirscr(even) gelege(n) de selve goede/
oick inde groeve inde p(ro)chie va(n) hev(er)le tussche(n) de goede svoirs(creven) wille(m)s/
t(er) eender en(de) jans willems t(er) ande(re) Welck ander half mudde voirs(creven)/
de voirscr(even) wijle(n) mych(iel) he(re)n mych(iels) vader v(er)crege(n) hadde a(nn)[o] lii aug(usti)/
iii tege(n) ja(n)ne wayebeke(re) lant(er)nemake(r) zone des voirs(creven) wille(m)s en(de)/
brueder der voirscr(even) barbele(n) Seggen(de) de voirs(creven) h(er) mach(iel) wantme(n)/
claerlijck bevi(n)den soude dat van desen twee [halve(n)] mudde(n) div(er)se v(er)crighen/
bij wile(n) zijne(n) vader deen tege(n) den brued(er) en(de) dander tege(n) de suster/
te div(er)sen stonde(n) en(de) op bezunderde pande ware(n) geschiet Hoe wel/
in so(m)migen br(ieven) van dien de pande(n) mochte(n) zijn gemist ende de(n)/
ouden brieve(n) niet volcomelijck nagevolcht en(de) het oick bleeck bij/
deylinge(n) voir scepen(en) va(n) loven(e) a(nn)[o] xlvi maii xxiii gesciet tussche(n)/
den voirscr(even) janne en(de) barbele(n) waybeckers dat elke(n) van hen deen/
half mudde gevalle(n) was hoe wel oick de pande nade(n) oude(n) br(ieven)/
niet te recht en acht(er)volchden en(de) hij oick p(rese)nteerde te bewijsen/
soe hij zijns vaders boeken met zijnder p(ro)per(en) hant gescr(even) ande(re)n zij(n)s/
rintmeest(er)s boeken en(de) oick levender waerh(eit) dat voe(r) den v(er)crighe
//
vande(n) lesten halve(n) mudde cor(am) dyerste half mudde te meer/
stonden gehave(n) hadde geweest en(de) als ii[te] half mudde v(er)creg(en)/
was een geheel mudde te meer stonden van des voirscreve(n)/
wile(n) mych(iels) wegen gehave(n) was geweest dat d(air)om hem den/
voirs(creven) zijnen erfpacht soe wel va(n) des(en) halve(n) mudde als vand(en)/
ande(re)n halve(n) mudde volge(n) soude opde pande nae uuytwisen/
d(er) ouder br(ieven) te voirder wantme(n) niet bevi(n)den en soude dat/
tselve half mudde d(air) questie af was afgequijt was geweest/
D(air) tege(n) de voirscr(even) v(er)weerde(r) he(m) v(er)antweerden(de) dede segge(n) dat/
hij hoepte datme(n) niet bevi(n)den en soude dat de voirs(creven) goede/
meer pachts de(n) voirscr(even) he(re)n mych(ielen) sculdich ware(n) dan deen half/
mudde d(air) hij hem gheene(n) stoot inne make(n) en woude oft dat/
de voirscr(even) h(er) mych(iel) d(air)op niet sculdich en wa(r)e te hebbe(n) oft bij/
zijne(n) vader oft hem meer gehave(n) te zijne soude co(n)nen bewise(n) oft/
d(air)toe soe vele gedoe(n) dat den rechte genoech soude zij(n) met/
meer reden(en) d(air)op in wed(er)zijden innebracht Es de voirs(creven) h(er) mych(iel)/
gewijst tot zijne(n) thoene die va(n) alle(n) den br(ieven) d(air)af voe(r) geruert/
wordt behoirlijck dede blijcke(n) en(de) voirt mette(n) rekenboeke(n) en(de)/
mae(n)boeken des voirs(creven) mych(iels) die hij selve hadde gescr(even) en(de) ande(re)n/
en(de) oick met leven(de) waerh(eit) en(de) ande(re)n zeke(re)n betalinge(n) vanden/
geheele(n) mudde gesciet te zijne naedat dleste half mudde/
v(er)crege(n) en(de) mette(n) yerste(n) v(er)gadert was Ende d(air)entende(n) de scep(enen)/
ind(er) sake(n) gemaent en(de) al rijpelijck ov(er)sien hebben(de) hebbe(n) zij/
gewese(n) met vo(n)nisse dat den voirscr(even) he(re)n mych(ielen) en(de) zijnen/
beleyde volge(n) sal thalf mudde corens erflijck d(air) questie af es/
soe v(er)re alst noch voir scepen(en) come(n) es maii xiii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-12-13 by Jos Jonckheer