SAL7376, Act: R°116.2 (233 of 753)
Search Act
previous | next
Act R°116.2  
Act
Date: 1482-10-26

Transcription

2020-07-10 by  Marie-Bernadette Desmedt
Nae dien dat lijsbeth spleckers metter banck recht van/
bethekem gevolcht heeft op seke(r) erfgoede aldair die wouter/
wilen janssone voe(r) en(de) g(er)truyt zijn dochter nae met beleyde/
van scepen(en) brieve(n) van loeven(e) te houden plaghen en(de) die de selve/
g(er)truyt met hue(re)n man voirts vercocht hebben eene(n) geheeten/
jan [vacat] den welken zij vand(en) selve(n) coope wara(n)t zijn moet/
soe zij seeght en(de) de selve g(er)truyt dat vervolch met brieve(n)/
vand(er) stadt heeft doen cesse(re)n en(de) p(ar)tien alhier dach doen bescheyden/
van rechte welken dach op heden dient soe heeft huer/
de selve g(er)truyt op heden te rechte gep(rese)nteert tegen de voirs(creven)/
lijsbeth die niet geco(m)pareert en is in sca(m)pno octobr(is) xxvi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-11-15 by Xavier Delacourt