SAL7376, Act: R°95.2-V°95.1 (196 of 753)
Search Act
previous | next
Act R°95.2-V°95.1  
Act
Date: 1482-10-05

Transcription

2020-04-20 by  Marie-Bernadette Desmedt
Gesien bijden hee(re)n scepen(en) der stadt van loeven(e) en(de) rijpelijc geledt/
hebben(de) op tgedinge dwelck voe(r) hen een wile tijts gehangen hadde/
tusschen meeste(re)n felix de hont meester vander rekencame(re)n ons/
gened(ichs) hee(re)n shertogen in brabant ae(n)legge(r) ter eender en(de) henr(ick)/
willems w verweerde(r) geva(n)gen(e) ter ande(r) zijden als van seke(re)n scepen(en)/
brieve(n) me(n)cie maken(de) van vijf r(insche)gul(den) lijfpen(sien) dair voe(r) de voirs(creven)/
henr(ick) en(de) meer ande(re) hen v(er)bonden hadden over vele ja(r)en dair inne meester/
felix theffen hadde en(de) dair van de voirs(creven) meester felix zeker altijt/
betaelt hadde geweest soe hij te ky(n)nen gaf over xx en(de) meer ja(r)en/
behalven alleene van twee eene oft twee payen lestwerf gevallen/
dair voe(r) de selve willems va(n) arschot alhier gelevert was en(de) oick/
voir seke(re) banduyne die de selve meester felix overgegeven hadde/
over hem den hee(re) alhier spruyten(de) uuter saken voirs(creven) sustine(re)nde de/
voirs(creven) meester felix oft willem va(n) lele als zijn p(ro)cur(eur) inden name/
desselfs dat hij sculdich wa(r)e de voirs(creven) brieve te voldoen(e) oft bewijsse/
nisse der selver en(de) oick van sgheens des hij d(air)af alnoch tachter/
was te weten(e) van [eene(n)] t(er)mijne en(de) van coste en(de) co(m)me(r) dair op geloepen
//
en(de) dair voe(r) geva(n)gen bliven totter tijt hij die voldaen hadde bege(re)nde/
dair van trecht vand(er) hee(re)n scepen(en) voirs(creven) ter manissen smeyers dair/
tegen de voirs(creven) henr(ick) seyt en(de) inden iersten ae(n)gaen(de) den banduyne/
dat hij va(n) egheender weerden en was noch met rechte gehandelt/
mits seke(re)n reden(en) bij hem int lange gealligeert den welcken/
nae dien dat dair van claernisse gedaen was bij vo(n)nisse der scepen(en)/
en(de) ter manissen smeyers bijden ghenen dien dat toebehoirde/
te doen(e) den voirs(creven) banduyn gewesen es van weerden en(de) dat bijden/
scepen(en) voirs(creven) en(de) al ter manissen gelijc boven en(de) als vand(en) scepen(en)/
brieve(n) en(de) principaelder saken dede voirs(creven) henr(ick) op hoe dat hij/
bij meeste(re)n felix en(de) e(n)nigen ande(re)n toegemaecte p(er)sonen met zijnen/
medeborgen inden brief genoempt grootelijc v(er)leyt hadde geweest/
en(de) geschoten want hij noch zij dair noyt niet af gehaven en hadden/
anders dan een peert van ix oft x gulden(en) en(de) datmen hen te v(er)stane/
gaf ten selven tijde datmen hen in have(re)n oft ande(re)n goeden voldaen/
soude hebben van sgheens des zij den selve(n) meeste(re)n felix doen t(er)tijt/
bekinden voe(r) wet alhier in gereeden pe(n)ni(n)gen die naemaels inden/
rinten voirs(creven) bekeert werden dwelc noyt en gebuerde geven(de) oick te/
kynnen(e) dat hij over meer stonden in meyni(n)gen was geweest dese/
sake int cleer te bringen(e) al en hadde hij dair toe niet co(n)nen/
geraken p(rese)nterende met eene(n) ande(re)n zijnen medeborge zijne(n) eedt/
als dat zij d(air)van noyt v(er)nuecht en wa(r)en en(de) dat zij d(air)inne alsoe/
bedrogen en(de) verleit hadden geweest inder maten voirs(creven) met vele/
lange(r) reden(en) luttel oft niet dienen(de) ten rechte en ontkinde/
oick niet de voirs(creven) henr(ick) den voirs(creven) meester felix de possessie/
der rinten voirs(creven) va(n) alsoe vele ja(r)en als boven dair tegen de/
voirs(creven) meester felix dede seggen en(de) replice(re)n wedero(m)me dat allet/
ghene dat henr(ick) dede seggen was al ydel en(de) ongefondeert/
hopen(de) nae der stadt recht dat hij alsulcken scepen(en) brieven/
duechdelijc gepasseert al geliefdet henr(ick) nu desen stoet te maken(e)/
met alsulken segwoirden die hij hem al ontkinde niet te nyeute/
doen en soude bliven(de) bij zijnder co(n)clusien voirs(creven) met meer woirde(n)/
int lange in wederzijden v(er)haelt soe hebben de hee(re)n scepen(en)/
ter manissen smeyers gewesen voe(r) een vo(n)nisse doet meester/
felix den eedt dat zijn brieve d(air) questie af es zijn duechdelijc/
rechtverdich en(de) sonder fraude en(de) dat hij die duechdelijc heeft/
voldaen dat dan de voirs(creven) henr(ick) gehouden zijn sal die te/
voldoen(e) oft bewijssenisse te doen(e) van die voldaen te hebben(e)/
in sca(m)pno octobr(is) v[ta]
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-11-09 by Xavier Delacourt