SAL7387, Act: V°517.2-R°519.1 (874 of 883)
Search Act
previous | next
Act V°517.2-R°519.1  
Act
Date: 1494-06-20

Transcription

2020-01-03 by kristiaan magnus
It(em) meest(er) goirdt bubbele(re) d(er) stadt ty(m)m(er)man in p(rese)ntia/
heeft gekint en(de) gelijt genomen te hebben(e) te/
maken(e) dwerck van eend(er) moelen gelegen te/
rosieres ond(er) de banck van ov(er)ijssche nicolase blanc/
toebehoe(re)nde de welke de selve claes oick bekint/
mits teg(en) den selven meeste(re)n goirde verdinct te/
hebben(e) ind(er) manie(re)n opde formen en(de) condicien nae/
bescreven Ind(en) yersten sal de voirs(creven) meest(er) goirdt/
/ moete(n) maken de twee vorste vlogels voe(r) de moelen bove(n)/
dwater It(em) de zijboerd(en) vand(en) co(m)me drie duimen dicke/
alsoe lanck als die behoeven It(em) tgeleie vand(en) twee/
wintgat(en) en(de) zijboerd(en) sal hij mot(en) planck(en) It(em) thuys/
vand(en) molen sal deselve meest(er) goirdt sculd(ich) zijn te/
platen(e) It(em) den gevel te wat(er)wert en(de) beid(en) zijd(en)/
sal deselve meest(er) goirdt moten plat(en) en(de) stijlen soe/
verre dat behoeve(n) sal en(de) buyten scutten en(de) bynnen/
planck(en) also hoghe als dat behoirt It(em) noch een/
but(en) rat sculd(ich) zijn te maken(e) in aldair formen/
en(de) manie(re)n als dout rat geweest heeft It(em) alle/
de pijlen en(de) pueluwe bynnen den huyse sal/
de selve meest(er) goirdt sculd(ich) zijn nyeu te maken(e)/
van vuysbomen en(de) molebomen It(em) een nyeu inrat/
en(de) twee wiegen elck wiege met seven spillen/
en(de) dat innerat opd(en) selven pas vand(en) voirscr(even)/
wieg(en) It(em) deselve sal noch mot(en) mak(en) eenen nyeu/
wen vuysboem thien duimen groot en(de) soe lanc als/
dien behoeven zal tot drie back(en) en(de) elken bac/
sal hebben drie hamers en(de) elken hamer sal hebbe(n)/
drie vuysten tot xviii hamers toe en(de) elken ham(er)/
vijff duimen vier cant en(de) soe lanck die behoeven/
sullen It(em) de g(r)[o]te sche(re)n sal hij oick sculd(ich) zijn te/
maken(e) soe dicke als de oud(en) zijn en(de) soe lanck/
die behoeven It(em) de clinck(ers) en(de) hamers twee/
duimen dicke en(de) vijff dumen breet en(de) inde/
acht(er)ste sche(re)n drie dumen dicke en(de) alsoe lanck/
die behoeven sullen te zijne It(em) noch twee/
back(en) xvi voeten lanck en(de) ii(½) halve(n) voete(n) vier/
cant te hoeschen cante en(de) voirt opwert gehuecht/
/ nae smeest(er)s beliefte It(em) sal oick sculd(ich) zijn te maken(e)/
deselve meest(er) goirdt alle de plat(en) en(de) saten die behoe(re)n/
ond(er) de backen te liggen(e) It(em) es vorw(er)de dat de vors(creven)/
meest(er) gort leve(re)n sal allet thout behoeven(de) tott(en) vors(creven)/
werke en(de) al van goed(en) eycken(en) nyeuwen houte soe/
dat behoirt te zijne tzijnen laste It(em) es oick/
vorw(er)de dat dese moelen en(de) werck voirs(creven) vol/
maict moet zijn ende gestelt gaen(de) sinte m(er)/
tensmisse naistcomen(de) en(de) dit opde pene van vi/
rinsg(ulden) te cortt(en) bijd(en) voirs(creven) claese blancke aend(en)/
p(ri)ncipale d(enieren) op dat deselve meest(er) goirt tselve/
werck also niet en vol rechte [braghte] bynne(n) den voirs(creven)/
tijt It(em) de voirs(creven) claes sal sculd(ich) zijn te dijcken/
te oefen(e) en(de) te ressche(n) op sijnen cost also tott(en)/
werke behoeve(n) sal als meest(er) goirdt d(aer)toe gereet/
sal zijn Ende h(ier) voe(r) sal de voirs(creven) meest(er) goirdt/
trecken vand(en) voirs(creven) claese dit volbringen(de) te/
werckma(n)sp(ri)se en(de) hem sculd(ich) zijn te betalen(e) de/
so(m)me van ond(er)halff hond(er)[t] rinsg(ulden) te xx st(uvers)/
den guld(en) nad(er) valuat(ien) nut(er)tijt cours hebben(de)/
d(aer)aff deselve claes sculd(ich) zal zijn den voirs(creven)/
meeste(re)n goirde te geven(e) alsnu gereet xxx/
r(ins)g(ulden) en(de) als hij beghint te wercken(e) xx r(ins)g(ulden)/
en(de) als dwerck halff gedaen sal zijn xxv r(ins)g(ulden)/
en(de) als tselve werc als voe(r) all voldaen ende/
volset sal zijn soe dat behoirt sal deselve noch/
trecken xxv r(ins)g(ulden) al ind(er) werd(en) als bove(n) It(em)/
vi weken nae dat tselve werck voldaen zal/
/ zijn en(de) in zijnen loep geweest hebben zal deselve meest(er)/
goirdt alsdan trecken noch vijftich gelijker rinsguld(en)/
dwelc deselve claes hem als voe(r) geloeft te betalen(e)/
It(em) es noch vorw(er)de dat de voirs(creven) meest(er) goirdt dit [werck] sal/
mot(en) beginne(n) viii daig(en) nae s(in)[t] jansmisse naistc(omende)/
oick opde verbuerte van eenen ponde vlaems te cortt(en)/
als voe(r) aend(en) voirs(creven) d(enieren) bijd(en) voirs(creven) claese op dat/
tselve bij meeste(re)n goerd(e) niet geacht(er)volght en w(er)d(e)/
Ende alle dese vorw(er)d(en) en(de) cond(itien) hebben geloeft/
de voirs(creven) p(ar)tien in w(er)sijd(en) malcande(re)n te voldoen(e)/
sond(er) fraude en(de) argelist alsoe dat elk(er) genoech sal/
mogen wesen cor(am) cav(er)chon vynck junii xx[a]
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-03-02 by kristiaan magnus