SAL7388, Act: R°14.1-V°14.1 (22 of 633)
Search Act
previous | next
Act R°14.1-V°14.1  
Act
Date: 1494-07-05

Transcription

2021-02-08 by Roger Morias
Vander questien gecomen inde bank voir meye(r) ende scepen(en)/
van loeven(e) tusschen jaquemin cop aenlegge(r) ter eende(r) ende/
pira willemair verweerde(r) ter ande(r) zijden Aldair de voirs(creven)/
jacq(ue)min dede verhalen een zeke(r) contract en(de) accort gemaict tussche(n)/
hem en(de) den voirs(creven) pira als van zeker uuytgedaichde goeden/
gelegen te saverneel bijd(en) voirs(creven) pira uuytgedaichde [goeden] voir/
gebreck van zeke(re)n erfpachte van eene(n) mudde core(n)s vander/
daet maii xxiii li(br)[o] xci inhouden(de) onder dande(r) alzoe hij seyde/
en(de) sustineerde dat hij altijt tot zijnd(er) belieften niet wed(er)staen(de)/
den voirg(eruerde) uuytdaighe soude moegen wed(er)comen totte(n) selven/
goeden inder maten tvoirs(creven) tractaet en(de) contract dat naird(er)/
uuytwees hem [des] gedragen(de) totten selven Ende want de voirs(creven)/
jaq(ue)min pirarde willemair dit aensocht hadde(n) ende hem oic/
tande(re)n tijde(n) [gep(rese)nteert] sijn pe(n)ni(n)gen op te leggen die hij d niet en hadde wille(n)/
aenveerden noch tselve goet hem overgoed(en) op zijne(n) voirpacht Zoe/
versocht hij den selve(n) dair toe met rechte bedwongen te hebben/
p(rese)nte(re)nde te bewijsen tvoirs(creven) versueck dicwijle aen hem gedaen/
te hebben ende oick de p(rese)ntatie vanden pe(n)ni(n)gen soe hij seyde/
hoopen(de) wair hij dat gethoene(n) conste dat hij nae uuytwijsen/
vande(n) selve(n) tractaet totte(n) selve(n) goed(en) wed(er)come(n) soude Dair/
tegen de voirs(creven) pira willemair nemen(de) tvoirs(creven) tractaet oick/
als voe(r) verhaelt ende tot zijnd(er) bate(n) seydt en(de) gedroech/
hem des nae pointen tott(er) wairheyt te weten(e) dat hijt/
jacq(ue)mijn voirs(creven) dicwijle gep(rese)nteert hadde tselve goet/
weder te moegen nemen ten ynde dat hij dat soude wy(n)ne(n)/
ende werve(n) Item ende dat de selve pira hem seydt dat/
hijs niet en dorste late(n) om der rinten wille die her claes/
van chebioncq p(ri)est(er) cureit van savenier d(aer) op hadde inde/
ande(r) rinte(n) die uuyte(n) huyse mochten gaen want hij alzoe/
vele doen soude dat hij dach hebbe(n) soude van betaling(en) tot/
nae den oeghst ende dat de selve p(er)sone(n) rinte(n) d(aer) op hebben(de)/
hem tselve toegeg(even) hadde(n) ende dat hij jaq(ue)min d(aer)op antwerde
//
dat hij de macht niet en hadde tselve goet over te nemen ende dat/
hij metten selven pirarde niet te doen en woudde hebbe(n) Item dat/
de selve pira die hem oic gep(rese)nteert hadde tande(re)n tijde(n) alh(ier) inder/
stadt van loven(e) op dyerste came(r) Te weten(e) dat hij tvoirs(creven)/
goet wed(er)name acht(er)volgen(de) den accorde behalve(n) dat hij tvoirs(creven)/
goet
he(m) betaelde bynne(n) acht daige(n) des tselve appoi(n)teme(n)t/
inhielt gedroech hem tott(er) waerh(eit) dat hij tvoirs(creven) goet nae tvoirs(creven)/
zijn uuytdaige hadde moeten scutten voir zeke(r) ande(r) rinte(n) die/
here otte del chiese p(ri)este(r) d(aer)op hebben mochtte iende dat/
d(aer)af de conde jaquemijne voirs(creven) gedaen was geweest die/
d(aer)toe niet en dede mair moeste de selve pirart dat scutte(n)/
met coste ende co(m)me(r) oft tselve goet hadde uuytgedaicht/
geweest ende dat inden jair van xciii[tich] in julio oft/
d(aer)omtrindt Seggen(de) oick dat hij tvoirs(creven) goet alsnu/
hadde doen wynne(n) ende zeer gebetert tot zijne(n) last wair o(m)me/
de selve jaquemin dit alsnu op hem sueken(de) was Hoopen(de)/
wair hij zijns vermets voirs(creven) volquam nae de voirs(creven)/
offe(re)n tot diverse(n) stonden hem gedaen desen aengaen(de)/
die hij niet en hadde aenveert dat hij met zijne(n) voir(screven)/
nemen(en) verdoolt soude zijn en(de) dat hij pirart peyselijc/
en(de) vredelijck int voirs(creven) uuytdaichde goet als zijn prop(er)/
erve [blive(n) soude] Ende de voirs(creven) clausule dien aengaen(de) ind(en) tractate/
begrepen mits die(n) niet sculdich te bate(n) te come(n) hem des/
gedragen(de) tott(en) rechte De voirs(creven) jaq(ue)mijn altijt sustine(re)nde/
ter contrarie als dat de scepen(en) der sak(en) gemaent zij(n)de bijd(en)/
meye(r) gewese(n) hebben p(ar)tie(n) tot hue(re)n thoene den welke(n) zij tot/
eene(n) zeke(re)n daighe bij he(m) genomen geleit hebbe(n) ind(en) welk(en) de/
voirs(creven) pirart zijns vermets geheel genoech volqua(m) en(de) de voirs(creven)/
jaq(ue)min luttel oft niet in dien en thoende dwelc hem in/
zijne(n) rechte r(e)leve(re)n mocht Soe hebben de selve scepen(en) in die(n)/
bijd(en) meye(r) gemae(n)t zijnde nae dat p(ar)tie(n) in weerzijd(en) hue(r) sak(en)/
geslote(n) hadde(n) gewese(n) hebbe(n) voir een vo(n)nisse dat de voirs(creven) ae(n)legge(r)/
met zijnd(er) conclusie(n) en(de) voirnemen(en) vand(en) goed(en) d(aer) q(ue)stie af es/
verdoolt es mair dat die blive(n) sulle(n) de(n) selve(n) verweerde(r) in sca(m)p(no) julii v[ta]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-01-18 by Xavier Delacourt