SAL7391, Act: R°44.2-V°44.1 (68 of 707)
Search Act
previous | next
Act R°44.2-V°44.1  
Act
Date: 1497-07-19

Transcription

2020-09-14 by Jos Jonckheer
Item jan vander roest geheeten de briede(re) sone wijle(n)/
henricx in p(rese)ntia heeft genomen en(de) bekint genomen/
te hebben(e) van he(re)n janne wijten prieste(r) al(ia)s west(er)/
wijck de thiende vand(er) costerien van werchte(r) [en(de)] den/
toebehoirten te haenwijck gelegen te houden te/
hebben ende te gebruycken van s(in)[t] jans(mis)s[e] lestled(en)/
eenen t(er)mijn van drie ja(r)en lanc due(re)nde deen nae/
dand(er) sond(er) middel v(er)volgen(de) elcx jairs d(air)enbynnen/
om ende voe(r) xvi rinsgulden(en) te twintich st(uvers) tstuck/
alle ja(r)e s(in)[t] andries(mes)s[e] apostels te bet(alen) en(de) ombegrepen/
te liechtmesse te bet(alen) den selve(n) [he(re)n] joh(ann)ese wijten quol(ibe)t ass(ecu)[tu(m)]/
It(em) de voirs(creven) jan heeft bekint sculdich te zijne den/
voirs(creven) he(re)n janne de so(m)me van lxxx rinsg(ulden) te xx/
st(uvers) tstuck ende geloeft tot zijnd(er) manissen te bet(alen)/
als vervolghde schout ende dit inde stadt vand(en)/
vestich(eit) der voirs(creven) thienden op vuege dat de selve/
h(er)jan hem h(ier)mede t(er) stont tot zijnd(er) belieften sal/
moegen doen leyden tot allen den goeden beyde/
have en(de) erve des voirs(creven) jans ende metten selven/
beleyde moegen v(er)halen de gebreken en(de) tacht(er)heyd(en)/
die de selve jan d(air)aff sculdich en(de) tacht(er) soude moege(n)
//
bevonden wesen in tijden toecomen(de) ende niet/
voirde(r) Ende sal de selve jan voirtmeer sculdich/
zijn alle tgreyn vand(er) voirs(creven) thiend(en) comen(de) in/
behouden(der) hant te stellen(e) ende tselve totter voirs(creven)/
bet(alingen) behoeff te laten v(er)coepen eer hij e(n)nich gebruyc/
oft p(ro)fijt d(air)aff sal moegen hebben cor(am) zedele(re)/
hubrechts julii xix
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2017-05-10 by Xavier Delacourt