SAL7391, Act: V°37.1 (61 of 707)
Search Act
previous | next
Act V°37.1  
Act
Date: 1497-07-17

Transcription

2020-09-20 by Jos Jonckheer
It(em) want dese lijfpen(sien) spruyten(de) compt uuten hootpe(n)/
ni(n)gen vand(en) afquiten(e) der twee rinsg(ulden) erffelijc/
die wille(m) coels ende meer ande(re) bekinden anth(onijs)/
van redingen voir scepen(en) van loeven(e) junii ix/
libro lxxxvii in des(en) came(re)n ter quiti(n)gen den pe(n)ni(n)ck/
xviii die naed(er) valuatien a(n)no lxxxix gereduceert/
int afquijten comen op xxiiii r(insgulden) en(de) d(air) op twee/
jairrinten gedragen(de) liii st(uvers) i pl(a)c(ke) naed(er) selver/
reductien maken ts(ame)[n] xxvi r(ins)g(ulden) xiii st(uvers) i pl(a)c(ke)/
d(air) op de selve henr(ic) van raveschote kint in ge(re)den/
pe(n)ni(n)gen oft and(er)ss(ins) gehaven te hebben thien r(ins)g(ulden)/
soe dat de voirs(creven) xxvi r(ins)g(ulden) xiii st(uvers) i pl(a)c(ke)/
dese thien r(ins)g(ulden) afghetogen bliven op xvi r(ins)g(ulden)/
xiii st(uvers) i pl(a)c(ke) welke xvi r(ins)g(ulden) xiii st(uvers) i pl(a)c(ke)/
maken ter lijfpen(sien) den d(enier) x de voirs(creven) xxxiii/
st(uvers) i pl(a)c(ke) lijfpen(sien) welke thien r(ins)g(ulden) eens/
en(de) lijfpen(sien) voirs(creven) gereduceert als voe(r) de voirs(creven)/
henr(ic) als geleyt nae des(er) stadt recht voir/
zijn wettige scult voe(r) de lossinge en(de) dafquite(n)/
der voirs(creven) twee rinsg(ulden) erffel(ijc) met sijne(n) voirs(creven)/
beleyde te hemw(er)ts getogen en(de) aenveert heeft/
in afslage vand(en) wettigen sculden die de selve/
wijlen anth(onis) van redingen hem sculdich bleven/
is ende aldus heeft henr(ic) geloeft den sculd(er)s/
ende bekinders vand(en) twee r(ins)g(ulden) erff(elijc) voirs(creven)/
en(de) hue(re) nac(omelingen) los quijt en(de) ongelast te houden/
vand(er) voirs(creven) obligatien der ii r(ins)g(ulden) erff(elijc) ende/
van allen cond(itien) geluften en(de) co(n)ve(n)tien d(air) inne/
begrepen behalven den selven henr(ic) sijn actie/
vand(en) rinte(n) der ii r(ins)g(ulden) erff(elijc) vand(en) avena(n)t vand(en)/
tijde he(m)weerts zed(er) den leste(n) valdach [d(er)] selv(er) rinten/
cor(am) eisd(em)
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2017-05-10 by Xavier Delacourt