SAL7392, Act: V°5.2 (15 of 687)
Search Act
previous | next
Act V°5.2  
Act
Date: 1498-06-28

Transcription

2020-02-13 by Jos Jonckheer
Want machtelt smeets wed(uw)[e] henr(icx) wijle(n) putma(n)s/
als geleyt nae des(er) stadt recht voir huer wettich/
gebreck uuyt crachte van scepen(en) brieve(n) van/
loeven(e) tot allen den goeden beyde have en(de) erve/
mathijs wijle(n) vanden ynde soe wair die gelegen/
zijn heur met br(ieven) van des(er) stadt gescreven/
aenden meye(r) van werchte(r) oft zijne(n) stadthoude(r)/
alle de selve goede behoirlijck heeft doen leve(re)n/
en(de) den kinde(re)n des voirs(creven) wijle(n) mathijs en(de) ande(re)/
dach van rechte te comp(ar)e(re)n alh(ier) inde banck/
voir meye(r) ende scepen(en) van loeven(e) doen besceyd(en)/
oft zij hen d(air) tegen hadden willen oppone(re)n Ald(air)/
zij op heden als ten daige van rechte d(air) toe dienen(de)/
niet gecomp(ar)eert en is noch niema(n)t van hue(re)n wegen/
den voirs(creven) geleydden comp(ar)e(re)nde ende trecht voirts/
versueken(de) soe v(er)re dat de scepen(en) van loeven(e) t(er)/
maniss(en) smeyers nae dat hen behoirlijc heeft gebleken/
bij rapporte jans driedoens des(er) stadt bode tvoirs(creven)/
exploit gesciet te zijne gewesen hebben voir een/
vo(n)nisse wair de wed(er)p(ar)tie vand(en) voirs(creven) geleydden/
niet en comp(ar)eert voe(r) den opstaen(e) smeyers ende/
der scepen(en) dat de geleydde vand(en) voirs(creven) goed(en)/
houden soude inde macht van hue(re)n beleyde scep(enen)/
brieven en(de) leveri(n)gen alsoe v(er)re alst noch voir hen/
comen is in scampno junii xxviii
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2018-07-16 by The Administrator