SAL7393, Act: V°41.1-R°42.1 (75 of 691)
Search Act
previous | next
Act V°41.1-R°42.1  
Act
Date: 1499-08-08

Transcription

2018-11-30 by helga peeters
Item raes van graven henrick vand(en) borch/
jan van hoevelde en(de) pet(er) vand(er) calste(re)n als kerc/
meest(er)s nu t(er)tijt der kercken van sinte machiels te/
loeven(en) [in pre(sen)tia] hebben gekint en(de) gelijdt gehaven te hebbe(n)/
en(de) ontfangen inden name en(de) tot behoef der selver/
kercken van daneele van e(re)nbodeghem and(er)s de/
mu(n)te(re) de so(m)me van xxxviii r(ins) gulden(en) eens voer/
dafquite(n) met vollen rinten van sulken twee r(ins) g(ulden)/
erffelijck als de selve daneel sculdich was van/
sijne(n) huyse ende hove inde dorpstrate wijle(n) reyners/
wijtfliet dwelc de selve daneel tegen arnde/
van pede en(de) sijnd(er) werdynne(n) dier dat bijd(en) selve(n)/
reyne(re)n in zijne(n) testame(n)te gemaict was gecocht/
en(de) gecregen heeft welck twee r(ins) g(ulden) erffelijck/
de selve wijlen reyne(re) wijtfliet inden selve(n) zijne(n)/
testame(n)te der selv(er) kercken gemaict gelaten en(de)/
besedt hadde op tselve zijn woenhuys metten/
hove ende den toebehoirten inde dorpstrate voir/
alsulken twee rins guld(en) erffelijck als wijlen/
zijn vader voir een erf weke misse ald(aer) gelate(n)/
hadde met conditie(n) dat de p(ro)p(ri)etar(is) vand(en) selve(n)/
goeden dese twee rins gulden(en) erff(lijck) den kercmeeste(re)n/
oft ande(re)n d(aer)af dbewint hebben(de) elde(re) en(de) op/
ande(re) goede loffelijcke pande d(aer) voe(r) goetgenoech/
zijnde soud(en) moege(n) besette(n) ende bewijsen d(aer)af/
de selve dbewint hebben(de) te vreden en(de) wel/
versekert sulle(n) moegen wesen en(de) alsoe en(de) anders/
niet noch niet eer tvoirs(creven) huys en(de) hof metten/
toebehoirten d(aer)af ontlasten Ende want oick/
de beg(er)te desselfs reyners testateurs heeft geweest/
dat mits desen besettinge(n) voirs(creven) zijns vaders/
testame(n)t van des(en) twee r(ins) g(ulden) erff(elijck) aengaen(de)/
voldaen ende genoech gesciet soude wesen/
ende dat die vand(en) kercken hen d(aer)mede te/
vreden en(de) v(er)nueght soud(en) houd(en) Soe hebbe(n)/
de voirs(creven) kercmeest(er)s aensiende en(de) bemerckende
//
de menich vuldighe gunste(n) liefden en(de) goetdoen(e)/
die de selve kercke vand(en) selve(n) reyne(re)n en(de) zijne(n)/
vorders gehadt heeft en(de) noch van hue(re)n nacom(er)s/
hebbe(n) mochte hen inden name vander selv(er) kercken/
mits des voirs(creven) steet gehouden geco(n)tenteert en(de)/
te vreden gestelt vand(en) lossingen en(de) afquitinge(n)/
der selv(er) twee r(ins) guld(en) erf(felijc) wijle(n) gelaten bij/
reyners vad(er) en(de) nu bij reyners testame(n)te wed(er)/
geassigneert op zijn voirs(creven) woeni(n)ghe als voe(r)/
met oic van alle(n) acht(er)stelle van dien gevalle(n) scelden(de)/
volcomelijc quijte den selve(n) wijle(n) reyne(re)n en(de) zijne(n)/
vader huer(er) beyder erfgenamen den voirs(creven) daneele/
de mu(n)te(re) zijn goede voirs(creven) en(de) alle ande(re) des quitan(cie)/
behoeven(de) volc(omelijc) [quite] vand(en) selve(n) ii r(ins) g(ulden) erff(elijc) bij wijle(n)/
reyners vad(er) yerst gemaict en(de) d(aer) nae bij reyne(re)n opde/
voirs(creven) woeni(n)ge met sijne(n) testame(n)te geassigneert/
de goede d(aer) op die voe(r) oft nae geassigneert moege(n)/
zijn bijde besitt(er)s der selver en(de) hue(r) nac(omelinge) P(ro)mitt(entes)/
nullaten(us) alloqui sed war(andizare) no(m)i(n)e eccl(es)ie cor(am) rosme(er)/
cav(er)chon augusti viii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2017-06-06 by Xavier Delacourt