SAL7467, Act: V°86.2-R°90.1 (114 of 581)
Search Act
previous | next
Act V°86.2-R°90.1  
Act
Date: 1574-06-23

Transcription

2019-12-17 by Anton Schuttelaars
Condt zij eene(n) ijegel(ijcken) dat in tegenwoerdicheijt /
des meijers en(de) scepen(en) van loeven(en) naebescreven /
gestae(n) heer en(de) m(eeste)r huijbrecht huijbrechts p(res)b(ite)re /
canonick van s(in)te donaest tot brugge en(de) lice(n)tiaet /
ind(en) heij(ligen) godtheijt ter eenre ende heer ende m(eeste)r /
gregoris wijtfliet lice(n)tiaet in beijde(n) rechte(n) /
ter andere(n) zijde(n) hebbe(n) verclaert en(de) verclaeren /
bij dese(n) dat sij comparan(ten) opte(n) xxxi dach der /
maent van october xv[c] achtenvijftich voer /
m(eeste)re(n) goerde(n) rochus als notaris en(de) zekere /
getuijge(n) met malcandere(n) mi(n)nel(ijck) overco(m)me(n) ende /
v(er)accordeert sijn aengaen(de) tvercoop van alle(n) alsulcke(n) /
actie paert portie gerichticheijt ende geheele /
filiael gedeelte als de(n) voers(creven) m(eeste)re(n) huijbrechte(n) /
voe(r) ee(n) vierendeel bij doode ende afflijvicheijt /
van jouff(rouw)e anna wijle(n) goederthuijs moeder /
desselfs heere(n) huijbrechts voer derffelijcheijt /
en(de) nu onlancx mits der doot en(de) afflijvicheijt /
van m(eeste)r cornelis huijbrechts sijns vaders voer de /
tocht op hem heere(n) huijbrechte(n) verstorve(n) en(de) gedevolveert /
is in vuege(n) en(de) maniere dat tselve paert portie /
gerichticheijt ende kintsgedeelte voers(creven) bij titule /
van wettige(n) coop oft terffchijsneminge soude volge(n) /
de(n) voers(creven) heere(n) en(de) m(eeste)r gregoris(en) wijtfliet en(de) jouff(rouw)e /
catlijn(en) huijbrechts zijnd(er) huijsvr(ouw)e en(de) zuster des /
voers(creven) heere(n) huijbrecht huijbrechts te weten het
//
vierendeel van alle(n) den lande(n) bee(m)pde(n) bossche(n) eusselen /
rente(n) ende pachte(n) tzij chijs eijge(n) oft leengoede(n) /
waer die z tsij binne(n) oft buijte(n) loeve(n) brab(an)t gelege(n) /
oft bevonde(n) moge(n) worde(n) ende d(aer)inne de voers(creven) /
heer huijbrecht van zijnd(er) voers(creven) moeder weghen /
eenichsints gericht soude moege(n) zijn op alle(n) alsulcke(n) /
laste(n) chijse(n) ende co(m)mere(n) daermede de selve goede(n) /
te(n) tijde vand(er) voers(creven) versterffenisse eenichsints soude(n) /
moge(n) belast sijn geweest in dese(n) ondersproken /
dat aengaen(de) de(n) leengoede(n) de selve heere(n) huijbrecht /
d(aer)inne maer en co(m)peteert noch en p(re)tend(eer)t te /
co(m)peteren(e) ende consequntivel(ijck) de(n) voers(creven) meester /
gregoris(en) en(de) sijn(en) huijsvr(ouw)e uuijt crachte van(den) voers(creven) /
(con)tracte en(de) dese erffuuijtgevinge maer en zal /
volge(n) een vierendeel Item in dese(n) oijck versie(n) /
en(de) ondersproke(n) dat in dit v(er)coop oft erffuuijtgeve(n) /
nijet e(n) sijn begrepe(n) oft geco(m)prehendeert de goede(n) /
vand(en) hoeve(n) gelege(n) binne(n) geldenake(n) oft daero(m)trint /
te weten(e) alnoch ee(n) block groot o(m)trint ee(n) boend(er) /
ombegrepe(n) vand(er) mate gelege(n) buijte(n) de poert van /
geldenake(n) in pachte gehoude(n) bij de wed(uw)e goosen /
hannart sond(er) meer van welcker hoeven de /
voers(creven) heer huijbrecht tderdendeel hem daerinne /
(com)peteren(de) eertijts v(er)cocht heeft gehadt en(de) naemaels /
weder te hemwaerts genome(n) welcke goede(n) hier /
voer gespecificeert hij hem bij dese(n) is reservere(nde) /
dijs sal de voers(creven) m(eeste)r gregoris uuijte(n) zelve(n) /
goede(n) de(n) voers(creven) heere(n) huijbrechte(n) sijn(en) swager /
jaerl(ijcx) geve(n) ende betaele(n) eene erffelijcke /
lijffrente van vijftich carolusg(ulden) tsjaers tstuck /
van xx stuijvers brab(an)t vallen(de) alle(n) jaere opde(n) /
sterffdach des voers(creven) cornelis huijbrechts te /
losse(n) te teene(n) oft te(n) twee maele(n) maer nijet /
min dan dee(n) hellicht d(aer)aff tenenmale en(de) /
elcke(n) gulde(n) daeraff met achthien(en) gelijcke
//
gulden(en) ende met volle rinte nae vand(en) quijtinge /
met conditie(n) oijck dat de voers(creven) heer en(de) /
m(eeste)r gregoris de(n) voers(creven) heere(n) huijbrechte(n) mits /
dese(n) oijck quiteert en(de) quijtschelt alle(n) de /
verloope(n) en(de) gevalle(n) pachte(n) en(de) als noch dueren(de) /
de(n) leven(e) desselffs heere(n) huijbrechts zoude(n) moege(n) /
valle(n) ter saecke(n) van alsulcke(n) drije rinsg(ulden) en(de) thien /
stuijvers erffel(ijcke) rinte bijde(n) selve(n) heere(n) huijbrechte(n) /
de(n) voers(creven) heere(n) en(de) m(eeste)r gregoris(en) voe(r) scepen(en) van /
loeven(en) eertijts bekint bahalve(n) dat de selve rinte /
van iii(½) rinsg(ulden) naer de doot desselfs heere(n) en(de) /
m(eeste)r huijbrechts haere(n) cours en(de) loop hebbe(nde) zal /
te(n) waere de selve bij hem gequete(n) worde inhouden(de) /
tselve (con)tract geluefte(n) van malcandere(n) vanden selve(n) /
accorde voe(r) meijere en(de) scepen(en) van loeven(en) te /
versekere(n) sulcx dat de(n) een(en) en(de) de(n) andere(n) in toecome(nde) /
tijd(en) zoude moge(n) genoech sijn en(de) dat al te(n) coste /
en(de) laste des voers(creven) m(eeste)r gregoris ende begheerende /
de voers(creven) co(m)paran(ten) alle(n) des voe(r) en(de) naebescreven /
is naevolgen(de) de(n) voers(creven) (con)tracte te voldoene ende /
teffectuere(n) heeft de voers(creven) heer en(de) m(eeste)r huijbrecht /
huijbrechts in tegenwoerdicheijt als voe(r) uuijtgegeve(n) /
en(de) bekint bij dese(n) te(n) erffve uuijtgegeve(n) te hebben(e) /
de(n) voers(creven) heere(n) en(de) m(eeste)re(n) gregoris(en) en(de) jouff(rouw)e catlijn(en) /
huijbrechts sijn(en) swager en(de) suster die insgelijcx /
van(den) voers(creven) huere(n) heer brueder en(de) swager bekinde(n) /
voe(r) hu(n) huere(n) erve(n) en(de) naecomelinge(n) te(n) erffve /
genome(n) te hebbe(ne) het vierendeel en(de) paert /
van(den) goede(n) in brab(an)t gelege(n) en(de) hier naevolgen(de) /
en(de) ierst tvierendeel van een(en) bossch groot o(m)trint /
zeve(n) dachmaele(n) ende xxxiiii roede(n) gelegen ond(er) /
s(in)t jooris te werde regenoote(n) de goeden /
barthelmeus zwinne(n) ter eenre de vijvers /
van(den) erffgen(amen) cornelis(sen) wijle(n) [vacat]/
/
Item tvierendeel van twee wouwers oft vijvers
//
met hu(n)ne(n) dijcke ald(aer) gelege(n) de selve /
dijcke(n) beplant met willige(n) en(de) alboomen /
groot o(m)trint onderhalff boend(er) regenoot(en) de /
goede(n) jans van schutteputte ter eenre tvoers(creven) /
bossche ter ii[er] /
/
Item van eene(n) bee(m)pt groot ee(n) /
boender genoe(m)pt den water bee(m)pt tussche(n) den wech /
gaen(de) naer loeven(en) na s(in)t achte(n) roede ter eenre /
/
Item van een dachmael lants te v...e(n)beke? /
ae(n) het lazarenhuijske(n) ond(er) weerde voerscreve(n) /
tussche(n) de goede(n) [vacat]/
/
Item van een(en) blocke lants /
groot drije dachmaele(n) gelege(n) ald(aer) aen(den) mole(n) /
des hertoge(n) van aerschot tussche(n) [vacat]/
/
Item van een halff boender beslote(n) /
bee(m)pts vast ae(n) tvoers(creven) block gelege(n) tussche(n) /
[vacat] /
/
Item van ee(n) groot dachmael bee(m)pts gelege(n) opd(en) /
hoeck van(den) dijlwech ald(aer) /
/
Item van ee(n) derdendeel beslote(n) /
bee(m)pts gelege(n) vast aen(den) voers(creven) wouwers /
/
Item van ee(n) bee(m)pdeken geheete(n) tcavereel /
gemeijnel(ijck) den boshuedere(n) voe(r) hu(n)ne(n) loon /
gelaete(n) tussche(n) de goede(n) [vacat]/
/
Item van ee(n) rinte van twee /
mudde(n) rogs ontquijtbaer rinte volgen(de) den /
bescheede daeraff zijn(de) die jaerl(ijcx) geldende
//
zijn derffgenaeme(n) berthelmeeus zwinne(n) /
/
Item van twee guld(en) thien stuijvers erffchijs erffel(ijck) /
bepandt oft gereserveert op ee(n) huijs met zijne(n) /
boogaert en(de) toebehoe(r)te(n) gelege(n) te houtheverle aen(den) /
ca(m)me volgen(de) de(n) bescheede d(aer)aff zijn(de) Item van ee(nen) /
boender lants gelege(n) op dro(m)mekens druijs te houtheve(rle) /
v(oer)s(creven) tussche(n) de goede(n) [vacat]/
/
Item van drije dach(mae)[le(n)] lants /
gelege(n) bijd(en) ca(m)me ald(aer) tussche(n) de goede(n) [vacat] /
/
Item van een(en) dach(mae)[l] lants gelege(n) /
op tvelt genoe(m)pt den winckel te houtheverle /
v(oer)s(creven) tussche(n) [vacat] /
/
Item noch van thie(n) en(de) ee(n) halff /
boendere(n) lants in diversche stucke(n) geleghe(n) /
ond(er) nodewez nutertijt in pachtinge gehoude(n) /
bij jan(nen) allogna /
/
Item van zeve(n) en(de) ee(n) halff mudden /
rogs oijck ontquijtbaer op diversche stucke(n) lants /
gelege(n) onder incourt volgen(de) de(n) brieve(n) d(aer)aff zijn(de) /
/
Item van nege(n) rinsg(ulden) thie(n) stuijvers erffel(ijck) op seker /
huijs genoe(m)pt de sterre gestae(n) te loeven(en) inde /
steenstraete te betaelen(e) en(de) te lossen(e) naeden /
bescheede d(aer)aff oijck sijn(de) /
/
Item en(de) van noch acht douzijne(n) corens op zekere(n) /
bee(m)pt nutertijt toebehoeren(de) nicolas(en) van longeville /
gelege(n) tot folz /
/
Item van ee(n) rinte van zess halstere(n) corens tot /
pitrain die derffgename(n) peeter daneels plaege(n) /
te betaele(n) oft soe verre de selve rinte aen(den) /
tochtenaer gequete(n) es dactie totte(n) hootpenn(ingen) mette(n) /
intereste /
/
Item van ee(n) erffel(ijcken) ontquijtbaer rinte van xxiiii s(tuijvers)
//
erffel(ijck) vallen(de) jaerlijcx s(in)t andriesmisse op zeker /
huijs en(de) hoff staende bij geldenake(n) de welicke /
betaelt wordt bijde voers(creven) wed(uw)e joose(n) ca(n)nart /
te wete(n) alsulcke(n) vierde deel en(de) paert vand(en) /
voers(creven) goede(n) als de(n) voers(creven) uuijtgeve(re) oft de(n) voers(creven) /
m(eeste)r gregoris(en) in sijn(en) naeme als dactie hebben(de) /
tege(n) sijn(en) mederffgen(amen) in deijlinge valle(n) en(de) blijve(n) /
sal welck paert en(de) deel de voers(creven) p(ar)tije(n) /
uuijtgevere(n) en(de) neme(n) alsnu voer alsdan alhier houd(en) /
voer geinsereert [et inseratur] om heet selve iiii[e] deel sulcx /
de(n) voers(creven) heere(n) en(de) m(eeste)r huijbrechte(n) in deijlinge gevalle(n) /
en(de) gebleve(n) en(de) alh(ier) geinsereert mette(n) goede(n) oijck /
hier nae gespecificeert te wete(ne) de hellicht van(den) /
huijsinge(n) schuere(n) stalle(n) wagenhuijse kelder boogaert en(de) /
messie vand(en) hoeve(n) genoempt de hoeve del greijt /
gelege(n) tot v bouechom Item een blocke lants /
groot ee(n) boend(er) lxx roede(n) tussche(n) de goede(n) etc(etera) /
/
Item de restere(nde) vijff boendere(n) /
van thie(n) boendere(n) lee(n) wese(nde) aff te mete(n) opde /
tege(n) de(n) aerdt van twelff boendere(n) Item drije en(de) /
ee(n) halff boendere(n) lants inde(n) voers(creven) aert van xii /
boendere(n) aff te methen(e) opde zijde van(den) thie(n) boendere(n) /
Item noch vier boendere(n) lants in twee stucke(n) /
gelege(n) op tvelt van s(in)t ermelinge(n) dee(n) stuck /
d(aer)aff van nege(n) dach(mae)[le(n)] en(de) an dand(er) van vii dach(mae)[le(n)] /
opde laste(n) en(de) conditie(n) gelijck de selve goed(en) /
de(n) voers(creven) uuijtgever voe(r) meijer en(de) scepe(nen) van /
doerne opde(n) xiii[e(n)] dach des(er) mae(n)t junii in /
deijlinge gevalle(n) ende gebleve(n) zijn en(de) daeraff /
de voers(creven) heer en(de) m(eeste)r huijbrecht gelooft de(n) /
voers(creven) heer en(de) m(eeste)r gregoris(en) ind(er) vuege(n) gelijck /
dese guedinge bij maniere van erffuuijtgeve(n)
//
.. alhier voe(r) scepe(nen) is geschiedt voe(r) hoff en(de) /
heer d(aer)ond(er) de voers(creven) goede(n) buijte(n) braba(n)t gelege(n) /
sorteren(de) te doe(n) geschieden(de) behoerl(ijcken) transport /
en(de) opdracht om alle de voers(creven) goede(n) bijde(n) selve(n) /
heer en(de) m(eeste)re(n) gregoris(en) ind(er) vuege(n) gelijck dese /
zijnd(er) huijsvr(ouw)e huere(n) erfve(n) ende nacomelinge(n) /
besete(n) gebruijckt en(de) gep(ro)fiteert te worddene /
gelijck sijn and(er) eijge(n) ende propre goet (con)stituere(nde) /
te(n) dije(n) eijnde(n) de(n) selve(n) erffnemere(n) p(ro)cur(eur)s in rem /
propriam opde chijse(n) laste(n) en(de) rinte(n) te(n) tijde /
vand(er) afflijvicheijt van jouff(rouw)e anne goederthuijs /
des voers(creven) m(eeste)r huijbrechts en(de) jouff(rouw)e cathelijn(en) /
moed(er) uuijte(n) voers(creven) goede(n) gegae(n) hebben(de) ten /
gewoenl(ijcken) tijde en(de) termijn(en) te betaelene /
ende voerts meer op een(en) erffel(ijcken) rinte van /
vijftich car(olus) g(ulden) te xx s(tuijvers) mu(n)te in brabant /
gep(er)mitteert tstuck erffel(ijck) rinte allen jaer /
opte(n) vii[e(n)] nove(m)bris d(aer)aff de(n) ierste(n) valdach sijn /
sal vii[a] nove(m)bris drijentseve(n)tich nu naest /
comen(de) te betaele(ne) ende te loeven(en) inder /
stadt wissel los ende vrij van bede(n) x xx[e(n)] /
penn(ingen) ende van allen andere(n) laste(n) ordinaris ende /
extraordinaris geimponeert en(de) te imponeren(e) te /
levere(n) in futur(um) ende opde voers(creven) laste(n) /
en(de) co(m)mere(n) heeft de voers(creven) uuijtgever de(n) voers(creven) /
erffnemere(n) de selve goede(n) van alle(n) andere(n) /
en(de) voerdere(n) laste(n) en(de) co(m)mere(n) geloeft te warandere(n) /
. ende geloeft zoe verre in des voers(creven) /
is de(n) voers(creven) erffnemere(n) ijet te luttel oft te /
nauwe gedae(n) waere altijts te voldoe(ne) zulcx /
dat hun en(de) hu(n)ne erffgen(amen) in toecomen(de) tijden /
sal moge(n) genoech sijn met (con)ditie(n) dat de /
voers(creven) erffnemere(n) de voers(creven) rinte van vijftich
//
carolusg(ulden) erffel(ijck) zulle(n) moge(n) losse(n) ende quijte(n) /
talle(n) tijde(n) alst hen gelieve(n) sal teene(n) oft ten /
tweemale(n) maer nijet min dan vijffentwintich guld(en) /
daeraff teene(n) male ende elcke(n) carolusg(ulden) /
daeraff met achthie(n) gelijcke carolusguld(en) /
ende met volle rinte nae gelingde van(den) /
quijtinge geloven(de) voerts de voers(creven) gehuijsche(n) /
indivisim de voers(creven) rinte van vijftich g(ulden) tsjaers /
v(oer)s(creven) jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen(e) en(de) los /
en(de) vrij als voe(r) te levere(n) telcke(n) termijne /
als schult met rechte v(er)wo(n)ne(n) et sat(is) p(ro)ut /
geloven(de) oijck de voers(creven) p(ar)tije(n) in weder /
sijd(en) alle(n) en(de) ijegewelcke poincte(n) ind(en) voers(creven) /
(con)tracte en(de) minnel(ijcken) accorde geruert tzij oft /
die hier voere(n) v(er)haelt sijn oft nijet allesijns /
te voldoe(ne) ende alhier volgen(de) obligeren(de) /
submitteren(de) ende renu(n)tiere(nde) tot des voers(creven) is /
in forma amplissi(m)a cor(am) grave(n) winge junii /
xxiii /
ContributorsInge Moris , Dieter Peeters
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2013-07-02 by Inge Moris