SAL7741, Act: R°78.1-V°78.1 (167 of 325)
Search Act
previous | next
Act R°78.1-V°78.1  
Act
Date: 1447-10-21
LanguageNederlands

Transcription

2020-03-16 by Gerry Van Helmont
Van henricken vander lect gehete(n) va(n) looven/
It(em) het zijn comen in rechte voir meye(r) ende scepen(en) van loeven(e) jan zoone/
gheerts wilen ghijbs van baerle t(er) eenre zijden ende henrick vander leckt/
zoon wilen philips vand(er) lect geheten van looven t(er) ande(re) aldair de voirs(creven)/
jan aensprac den voirs(creven) henrick(en) van alrehande poente(n) en(de) gebreken/
Seggende yerst de selve jan dat de voirs(creven) henric voirtijden hem/
vermomboirt hadde en(de) also geaenverdt en(de) te hemw(er)t genomen ii[c]/
en(de) xiii stucken gouts en(de) zeke(re) zilve(re)n gelt also dat bleven waire inden/
sterfhuyse van vad(er) en(de) moed(er) des selfs jans en(de) desgelix hadde/
de voirs(creven) henrick te hemwairt genomen en(de) in zijnen eygen(en) huyse/
doen vueren alsulken haeflike goede en(de) huysraet alse den voirs(creven)/
janne bleven wa(r)en inden sterfhuyse voirs(creven) grooetsende? dien ter/
so(m)men van c gulden rijders Oic hiesch de voirs(creven) jan va(n)den selve(n)/
henricken verricht te zijne van zeke(re)n eyken(en) houte dat de voirs(creven)/
henric oic aengeverdt en(de) te hemwairt genomen soude hebben/
Item hiesch noch de voirs(creven) jan bewijsnisse of betali(n)ge te hebben/
van alle alsulken(en) pachte renten en(de) inschouden als de voirs(creven)/
henric als mo(m)boir des selfs jans bynnen allen den tide van/
zijnre mo(m)boirien opgehaven en(de) gevuert mocht hebben Seggen(de)/
noch de selve jan dat de vors(creven) wilen gheert zijn vad(er) and(er)wile/
hem v(er)obligeert hadde en(de) borge wa(r)e bleven te breda voir den/
voirs(creven) henricken van eenre wyndmoelen d(air)af de selve gheert zijn/
vader mids gebreke vanden voirs(creven) henr(icken) beschadicht geweest hadde/
en(de) voir hem gegouden met bedwange van rechte xl mudde corens/
voir elc mudde ii cli(n)ckarde Biedende dese pointen dueghdelic bijtebri(n)gen/
en(de) te thoenen metten mynsten (et)c(etera) zo waer de voirs(creven) henric die ontkennen/
woude hoepende waer hij die gethoenen konste of hem de voirs(creven) henric die/
kendde dat hij hem bewijsnisse en(de) rekeni(n)ge dairaf doen soude en(de) hem oick/
ov(er)geven alsulke zeke(re) zijn erfbrieve die den voirs(creven) henric ond(er)hadde den/
voirs(creven) janne en(de) zijnen goeden toebehoiren(de) Niet wed(er)staende dat de/
voirs(creven) henric tzijnen verandwerden bijleggen mochte van composicien die/
hieraf te baerle gedae(n) mocht hebben den voirs(creven) henricken d(air)op verandw(er)den(de)/
al in dlange dede seggen dat hem vand(er) voirs(creven) aensp(ra)ken ze(re) verwond(er)de/
en(de) zund(er)linge na dat hij meynde dat de voirs(creven) jan nu(m)m(er)meer de voirs(creven)/
mo(m)boirie gethoenen en soude noch van gheen vanden voirs(creven) pointen zijns/
v(er)meets volcomen Mair om h(ier)af bescheit te weten wair waer dat/
na dat hem de selve jan vanden voirs(creven) pointen of den meesten deele
//
van dien and(er)wile alhier voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(e) aengesproke(n)/
hadde dat zij d(air)na tot baerle composicie gemaect hadden en(de) zo verre/
verleken wa(r)en met tusschen spreken van vrienden besund(er) alse vanden/
voirs(creven) iiii yerste pointen d(air)af hij henricken hiesch c rijnsch(en) gul(den) dat/
de voirs(creven) jan die schout houden soude tzynre eed of henric soude hem/
dairvan ontsculdigen bij zijnre eed en(de) dat henric d(air)af kiese hebbe(n)/
soude den eed te doen of zijnen neve te laten doen also dat zij/
d(air)na in beiden zijden quamen voir meye(r) en(de) scepen(en) van baerle daer/
de voirs(creven) henric den eed die hem de voirs(creven) jan gedeilt hadde aen namen/
aen nam En(de) ald(air) hielt opten selven eed die hij dede dat hij hem/
niet en bekynde ten voirs(creven) janne w(er)t e(n)nighsins gehouden tzijne noch/
oic den voirs(creven) janne niet sculdigh en was mair waer eer de/
voirs(creven) jan te hemwairt gehouden uutgenomen alsulken xcvi licht(er)/
gulden(en) als hij den selven janne voir scepen(en) van baerle bekent en(de)/
v(er)loeft hadde Bieden(de) d(air)af de voirs(creven) henric behoeflic thoenisse/
dat dit aldus dueghdelic geschiet wa(r)e en(de) voir wette dair hij/
den eed gedaen hadde in alsulk(er) vuegen alsmen in geliken zaken/
of oic in meerd(ere)n te weten inde wethoud(ere)n aldair te eyden/
dair gewoenlic was te doen en(de) d(er) bancken recht was (et)c(etera) hoepen(de)/
waer hij dat gethoenen konste dat hij vand(er) voirs(creven) aensp(ra)ken ongehoude(n)/
zijn zoude Na desen beide p(ar)tien thoiren thoenisse gewijst/
zijnde ten dage van rechte dair toe dienen(de) So en volquam de/
voirs(creven) jan in gheenen van zijnen pointen zijns v(er)meets mair liet/
de so(m)mige van dien met allen berusten en(de) acht(er)bliven den/
voirs(creven) henricken zijns v(er)meets geheellic en(de) all volcomende en(de)/
dat metten meye(r) en(de) scepen(en) van baerle openbairlic thoene(n)de/
Naden welken de scepen(en) van loeven(e) gemaent zijnde vanden/
meye(r) hebben na aensprake v(er)andwerden en(de) oic thoenisse gewijst/
voir een vo(n)nisse dat de voirs(creven) henric ongehouden zijn/
zoude van alsulk(er) aenspraken als de voirs(creven) jan te hemw(er)ts/
gedaen hadde Cor(am) abs(oloens) ja(cobo) py(n)noc alb[(us)] wy(n)ge willem(air)/
hortbeke oct(obris) xxi
Contributorsmyriam bols
Moderated bymyriam bols
Last update: 2014-08-25 by kristiaan magnus