SAL7748, Act: R°297.1-V°297.1 (1656 of 1672)
Search Act
previous | next
Act R°297.1-V°297.1  
Act

Transcription

2020-01-02 by Jos Jonckheer
Cond zij allen lieden dat gielijs pauwels van burdmeerbeke/
zoen jans pauwels in teg(enwoirdicheit) d(er) scepen(en) van loeven gestaen/
heeft genomen en(de) bekend dat hij genomen heeft van joffr(ouwe)/
katlijnen weduwe wouters wilen smeyers [met (con)sente jans ouderogghe die tot den goeden wille(m)s wilen smeyers vader des voirs(creven) wilen wout(er)s na den rechte der stad van loeven geleidt es] thof [ter beringen] ende/
de goede d(er) selver weduwen
met den huisen hoven wynnen(de)/
landen beemden eeusselen en(de) ande(re)n zijnen toebehoirten/
der voirs(creven) weduwen gelegen te burdmeerbeke en(de) d(air) omtri(n)t/
Te houden te hebben en(de) te wynnen van half merte lestlede(n)/
eenen t(er)mijn van negen jae(re)n langh deen na dand(er) staphans/
volgende Elcx jaers dae(re)n bynnen te weten de wynnende/
lande voe(r) vijfthien gulden pet(er)s d(er) mu(n)ten sh(er)togen van/
bourg(oign)[en] en(de) van brabant goet en(de) ghinge te weten/
achtien stuv(er)s d(er) selver mu(n)ten voe(r) elken d(er) voirs(creven) pet(er)s/
gerekent ts(in)t jansmisse baptisten te betalen [d(air)af den yersten t(er)mijn sijn sal va(n) sent ja(n)smisse naestc(omende) over een jair] en(de) de voirs(creven)/
beemde en(de) eeusselen om vijfthien grijpen xl pl(a)c(ken) voe(r)/
elke grijpe gerekent tsente m(er)tensmisse vallende en(de)/
ombegrepen te kersmisse d(air)na te betalen Alle jare den/
voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde en(de) telken t(er)mijne alse vervolghde/
schout met vorwerden dat de voirs(creven) wyn de leste/
paye vanden lande t(er)mijne vanden lande [v(er)schinende] betalen sal/
tons(er) vrouwen liechtmesse [voer zijn afscheiden] It(em) sal de selve [wyn] de voirs(creven) wynnen(de)/
lande wynnen werven en(de) mesten te mi(n)sten gelijc/
reengenoten en(de) de selve lande laten tsijnen afscheide(n)/
alsoe hij die vont tsijnen ae(n)comen te weten de meys/
hage gelegen in twee stucken met wynt(er)c rogge besaeyt/
op drie getidege voren dboend(er) lants opt campenhoutbosch/
velt brake driesch It(em) dland opt langendonck eens/
omgedaen ende de brake geheel te weten de twee bloecke/
acht(er) de schuere It(em) sal de voirs(creven) wynne de eeusselen wel/
en(de) loflic be en(de) dland dair vruch
en(de) dland dat bevrucht/
sal werden wel en(de) loflic beheymen en(de) bevreden en(de)/
alsoe laten tsijnen afscheiden en(de) d(air)toe sal hij jairlix/
moegen struncken en(de) sleenen alle willegen en(de) ande(re) boome(n)/
die tijtveerdich sijnde en(de) van des hem d(air)af ov(er)schieten/
sal d(air)mede sal hij zijn p(ro)ffijt moegen doen It(em) sal de/
voirs(creven) wynne de eeusselen en(de) beemde ald(air) moegen wy(n)ne(n)/
en(de) omdoen tot den lesten drie [twee] jaere(n) toe en(de) niet lang(er)/
en(de) de beken en(de) waterleyden wel en(de) loflic vagen en(de)/
ruymen op zijnen cost en(de) alsoe laten tsijnen afscheiden/
en(de) des sal hij hebben alle doeft dat dair wassen sal/
/ It(em) v en(de) desgelijx alle de verdroeghde willegen en(de) dair/
voe(r) sal hij setten elke verdroeghde willege moeten sette(n)/
twee poten en(de) jairlix den selven t(er)mijn due(re)nde sond(er)/
die noch xii willegen poten moeten setten dair die/
orberlixt staen selen en(de) alle tstroe vand(en) voirs(creven) lande/
comende sal de voirs(creven) wynne gehouden sijn int voirs(creven)/
hof te bringen en(de) te meste [te] beke(re)n en(de) dat gesleten zijnde/
opt lant vue(re)n ten meesten p(ro)fijte Ende want de selve/
wynne nu tsijnen ae(n)comene zijns selfs stroe int voirs(creven)/
hof bracht heeft So es vorwerde dat hij ten lesten/
jare vand(en) voirs(creven) t(er)mijne met den meeste en(de) stroe int/
voirs(creven) hof wesende alse wel zijns selfs lant d(air)mede/
sal moegen mesten als tvoirs(creven) lant sond(er) argelist/
It(em) uutgenomen xvi mandelen stroes [en(de) x wa(n)nen ca] die hij ontfaen/
heeft die sal hij int voirs(creven) hof moeten laten ten uutgane/
vanden voirs(creven) t(er)mijne en(de) desgelijx oic x wa(n)ne caefs/
twee sacke rogs en(de) vier sacke evene(n) sond(er) afslach/
vand(en) voirs(creven) gelde It(em) sal de wynne moeten houde(n)/
op zijnen last alle de huisinge vanden voirs(creven) hove op/
vand(er) und(er)ster rikelen ned(er)wart en(de) die alsoe wel gerapeert/
laten en(de) jairlix moeten leve(re)n xxv busselen walms/
om de huisinge d(air)mede te decken en(de) als men die ald(air) v(er)dect/
so sal de weduwe d(air)af de dachhue(re)n betalen en(de) de wynne/
den montcost geven en(de) oft dair meer walms behoefde/
so sal de wyn dien moeten halen te cortelke ind(en) voirs(creven)/
weduwen hof ald(air) op zijnen cost en(de) alsmen dien [ald(air)] verdect/
oft and(er)ssins plect d ty(m)mert of metst d(air)af sal de weduwe/
de dachhue(re)n betalen en(de) de wynne den montcost ende/
des sal de selve weduwe den wyn moeten geven voe(r)/
elken werckma(n)ne vand(en) montcoste eenen stuver [sdaighs] It(em) de wynne/
sal jairlix moeten betalen allen [den] chijs en(de) pacht uuten voirs(creven) goede(n)/
gaende sond(er) afslach in afslage vandes voirscr(even) steet alsoe intijts/
dat bij gebreke d(er) selv(er) betalingen gheen schade opte voirs(creven) goede/
gedaen en wordde en(de) of mids dien ocsuyne dair e(n)nige schade/
op ginge d(air)af heeft geloeft de wyn d(er) voirs(creven) weduwen schadeloes/
te houden en(de) tontheffen Ende alle dese vorwerd(en) (et)c(etera) Ende/
hier voe(r) es borge svoirs(creven) wynnen henrick vander hadocht/
van burdmeerbeke et p(ri)m(us) opp(endorp) pryke(re) junii xii
ContributorsSabrina Keyaerts , Agata Dierick , Inge Moris
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-07-19 by Agata Dierick