SAL7755, Act: R°15.1-V°15.1 (30 of 1011)
Search Act
previous | next
Act R°15.1-V°15.1  
Act
Date: 1461-07-10

Transcription

2020-03-03 by Robert CORNU
Wij claes de kersmake(re) en(de) wouter vanden tymple scepen(en) te loeve(n)/
doen cond openbairlic dat voe(r) ons op heden comen zijn matheeus/
sc kympe in deen zijde en(de) henrick van hoberghe zijn behuwede/
zone ter ande(r) beke(n)nen(de) en(de) v(er)lyende dat zij met malcande(re)n/
ov(er)comen wae(re)n en(de) gesloten der vorwerden en(de) cond punten/
hier na bescr(even) Ierst dat de voirs(creven) matheeus [vand(en) naeste(n) va(n)d(en) naeste(n) toe comen(de) half merte voert zijn leefdage langh] den voirs(creven) /
henricken ov(er)geven sal en(de) laten volgen desselfs tderdel/
van drien boende(re)n lands of d(aer)o(m)trent met den vorlen gehete(n)/
de drie bloocke gelegen te kerckem in drie stucken Te wete(n)/
deen aende capstrate dand(er) d(aer) bove(n) aen renende tuschen tvoirs(creven)/
yerste stucke en(de) den ber[c]kenenbosch en(de) tderdde bove(n) de voirs(creven)/
twee stucken aenden bosch sgoidsh(uys) va(n) gempe en(de) dat de/
voirs(creven) matheeus alle zijn ande(r) erfge erflike goede [die hij met zijne(n) yerste(n) wive besat] hebbe(n)/
en(de) behoude(n) [sal als een tochte(r)] sijn leefdage langh sond(er) calangie svoirs(creven) henr(ix)/
It(em) dat de voirs(creven) matheeus tvie(re)ndeel va(n) allen den vliegen(de)/
erve dat hij met d(er) selv(er) zijne(r) yerste(n) wive houden(de) was t(er)stont/
sal ov(er)geve(n) en(de) late(n) volge(n) den voirs(creven) henr(icke) en(de) oic td twee/
vanden sesse(n) besten sitten cussene die hij matheeus en(de) zijn/
yerste wijf houden(de) wae(re)n en(de) oic tvi(er)endeel van alle(n)/
den cleede(re)n desselfs matheeus yerste wijfs clede(re)n/
welcke vliegen(de) erve cussen(en) en(de) clede(re) de selve/
matheeus en(de) clae(re)n sal en(de) voertbringen tsijnre/
eed Desgelijcx sal de voirs(creven) matheeus den voirs(creven)/
henricken o tsijnre manissen doen en(de) laten volge(n)/
[om zine(n) wille en(de) p(ro)fijt d(aer)mede te doen moegen doen] tderddel van allen den opgaenden houte opte voirs(creven) erflike/
goede staende het zij hard of weeck en(de) d(aer) voe(r) sal/
de voirs(creven) henr(ic) de also saen als hij hand slaet aen/
tselve hout den voirs(creven) zine(n) sweer betale(n) vijf licht/
gulden(en) thien stuv(er)s d(er) mu(n)ten onss gened(ichs) he(re)n tsh(er)/
togen [(et)c(etera)] voe(r) elken gerekent Item dat de voirs(creven) henr(ick)/
der voirs(creven) g(er)truyden van eynde nawijf svoirs(creven) matheeus/
[en(de) hoe(re)n erfgenamen] so v(er)re zij hoe(re)n voirs(creven) ma(n) ov(er)leeft sond(er) wettige/
geboerte va(n) he(m) te behoude(n) sal laten volgen/
peyslic alle de vliegen(de) beruerlike goede vliegen(de)/
erve en(de) ande(r) achter den selve(n) matheeuse bliven(de)/
om hoe(re)n vryen wille d(aer)mede te moege(n) doen en(de)
//
oic alle derfgoede die matheeus en(de) g(er)truyd voirscr(even) tsame(n)/
nu v(er)cregen hebben of namaels v(er)cregen selen te wete(n)/
deen helicht vand(en) selve(n) v(er)cregenen [erf] goede(n) als erfwijf/
en(de) dand(er) helicht als tochtersse tot hoe(re)r tocht he/
hue
heure leefdage langh tot hoe(re)r tocht ende/
of d zij tsame(n) geboerte hadde(n) acht(er) hen beide(n)/
bliven(de) so h sal de voirs(creven) henr(ick) alle de selve/
hai beruerlike en(de) erflike goede na den voirs(creven) matheeuse/
bliven(de) en(de) derflike goede tuschen hen beide(n) gecrege(n)/
laten volge(n) geheellic der selv(er) geboerten na hoe(re)r/
beid(er) doot en(de) d(er) voirs(creven) g(er)truyden hoe(r) leefdage langh/
It(em) heeft de voirs(creven) henrick gekend dat de voirs(creven) g(er)truyd/
biden voirs(creven) matheeuse hoe(re)n man doen zij v(er)gaderden/
brachte [tvliegen(de) erve hier na genoemt te weten] eene grote eycken scrijne twee bedden ene(n) eeren/
pot en(de) enen ketel Voerts es vorwerde of ind(er)/
scheidingen [die] vand(er) voirs(creven) vliegen(de) erve geschien sal/
om henr(icke) zijn vierdel d(aer)af te hebben als voirs(creven) es/
den selven henricken te deel viele(n) ene(n) svoirs(creven)/
matheeus bruwketel dat nochta(n)s de hij ende/
matheeus dien dess voirs(creven) desselfs matheeus leefdage/
langh [dien] te gelike elc als hijs behoeff orbe(re)n sele(n)/
moegen Welke vorwerden pu(n)ten en(de) condicien/
voirscr(even) de voirs(creven) g(er)t matheeus en(de) henr(ick) geloeft/
hebben malcande(re)n vast en(de) ge volcomelic te houde(n)/
en(de) te voldoen elc tot des and(er)s maniss(en) sond(er) argelist/
in welker dingen getuyghniss(en) onse segele(n) hier/
aen zijn gehangen gegeve(n) (et)c(etera) julii ix x
ContributorsChris Picard
Moderated byChris Picard
Last update: 2017-03-21 by Jos Jonckheer