SAL7761, Act: R°125.2 (365 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°125.2  
Act
, PLUS VOLGENDE REGEL
Date: 1473-03-04

Transcription

2020-08-22 by Walter De Smet
It(em) na dat henrick van molijn beclaight zijnde also hij zeyde van gheerde van/
ertrijcke voe(r) lxxv rijnsch(en) gulden(en) versocht heeft inden rechte alh(ier) zo v(er)re/
gheerd hem niet aen en sprake dat hij verweerd soude wesen Dair tegen/
de voirs(creven) gheerd zeyde dat hij alhier gevanghen was en(de) doen houden vande(n)/
voirs(creven) henricken voe(r) zeke(re) saken dairaf hij beg(er)de aengesproken te worde(n)/
oft ontslaghen op welke twee questien de scepen(en) van loeven gemaend/
worden en(de) wijsden voe(r) een vo(n)nisse so verre gheerd henricken niet/
aen en sprake ten opstaene smeyers en(de) van hen dat dan de voirs(creven) henr(ick)/
vander clachten verweerd soude zijn Wisende voirt alse vanden ande(re)n zo/
verre henrick gheerde niet aen en sprake vander saken vander hachtingen/
dat gheerd dan vander hachtingen zo verre die henricken aencleefde/
ontslaghen sal zijn pynnoc oppend(orp) heyk(ens) caverson m(ar)cii iiii En(de) na den vo(n)niss(en) zo p(rese)nteerde elck voirsprake zijn p(or)tie also elck va(n) hen seyde
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt