SAL7761, Act: R°68.1-V°68.1 (222 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°68.1-V°68.1  
Act
Date: 1472-11-20

Transcription

2020-05-25 by Walter De Smet
It(em) jan de leppe(re) plattijnmake(r) heeft gegeven voe(r) hem zijn erven ende/
nacomelinghen jacoppen vlas cousmake(r) zijnen erfgenamen en(de) nacome/
linghen een cleyn huysken met eenen hoefkene dair voe(r) liggende/
en(de) metter heymelich(eit) dair op staende en(de) ande(re)n heuren toebehoirten/
gelijc de voirs(creven) goede gelegen zijn inde dorpstrate achter en(de) aen/
thuys svoirsc(reven) jacobs vlas dat wilen was gielijs crauwel tusschen/
tselve huys aen deen zijde en(de) die goede vrancks van mairbeke beck(er)s/
op dande(re) en(de) de goede toebehoiren(de) der pedagogien vander lyelien meest(er)/
karels me(n)nekens inde derde en(de) de goede toebehoiren(de) der ca(m)men gehete(n)/
gulden(en) leeu aende vierde tsamen met den doerganghe zo w verre/
hij gelegen es en(de) hem strect van aen tvoirs(creven) hoefken tot opten egghe/
vanden ghevele van svoirs(creven) jacobs huyse dat wilen gielijs crauwels/
was en(de) van dien egghe voirts nederwairts vijfthien voete verre/
behoudelic den voirs(creven) janne zijn gaen en(de) ke(re)n inden selven doergangh/
tot den voirs(creven) egghe toe aen welken egghe de voirs(creven) jan [jacob] sal moeghen/
hanghen een doere en(de) dander gedeelte vanden doerganghe metten/
huyskene en(de) hoefkene voirscr(even) also afsluyten en(de) beheymen Ende den/
voirs(creven) doergangh van dien egghe nederw(er)t bynnen den voirs(creven) vijfthien/
voeten en sal noch jan noch jacob voirs(creven) moegen beco(m)me(re)n in e(n)nigher/
manie(re)n voirder dan dat de voirs(creven) jan aldair onder den oesendrup vande(n)/
camhuyse daer aen staende sal moegen hanghen een berd also hoeghe/
datmen dair onder vueghlic en(de) ombelett gaen mach en(de) dair op sal hij/
moegen leggen des hem gelieft Behoudelic in desen waert dat de vors(creven)/
jan of zijn nacomelinghe oft zijn recht hebbende thuys dat de voirs(creven)/
jan aldair nu besittende es gelegen tusschen de voirs(creven) ca(m)me en(de) svorsc(reven)/
jacobs vlas huys hier namails vercochten oft verthierden also dat dat/
in heurer rechter linagien niet en bleve dat dan tvoirs(creven) gebruyck en(de)/
bewynd inden voirs(creven) doerganghe den selven goeden noch den bezitt(ere)n/
van dien niet meer volgen en sal mair zelen de voirs(creven) jacob en(de)/
zijn nacomelinghe dien doirgangh t(er) stont moegen te henw(er)ts nemen/
en(de) besluyten ten ynde vanden voirs(creven) xv voeten gemeten vanden voirs(creven)/
egghe ned(er)w(er)ts Voert es bevorw(er)t en(de) ondersproken dat de vors(creven)/
jacob erflic hebben sal zijnen gangh over en(de) dore den vors(creven) doergangh/
tot den borrenputte staende aen svoirs(creven) jans huys neven dynde/
vanden selven doerganghe en(de) oic dnutscap en(de) tgebruyck vanden/
selven putte alst hem gelieft om ald(air) water te halen(e) en(de) and(er)ssins
//
niet Sal oic de voirs(creven) jacob moegen setten in zinen ghevel tegen den voirs(creven)/
putte bynnen der helicht vander goeten dair onder gelegen eenen morsel/
om dwater dair inne te ghieten en(de) also voirt op tsijne tontfanghen/
erflic te houden en(de) te besitten op tween(de)vijftich stuv(er)s der mu(n)ten (et)c(etera)/
Dair uut en(de) uut den voirs(creven) ande(re)n huyse tsvoirs(creven) jans erflic gaende ten/
behoirliken tijde te betalen die wouter groothoot daer aen heeft en(de) voertmeer/
op eenen(de)twintich stuv(er)s en(de) eenen halven der mu(n)ten voirscr(even) goed en(de) ghinghe/
erfliker rinten alle jaire te kersmisse te betalen den voirs(creven) janne de leppe(re)/
en(de) zijnen nacomelinghen tot eeuwighen daghen Dyerste betalinghe d(air)af/
inne te gaen van kersmisse naistcomen(de) over een jair en(de) niet eer/
Ende op dese erfrinte en(de) den voerco(m)mer voirscr(even) heeft gelooft de/
voirs(creven) jan den voirs(creven) jacoppen de voirs(creven) goede van allen [ande(re)n] letsele ende/
calai(n)gien voertaen te warande(re)n en(de) d(air)af alt(oes) genoech te doen oft hem/
dair inne yet te luttel geschied wae(re) also dat hem en(de) zijne(n) nacome/
linghen vast en(de) zeker sal moegen wesen Heeft voert gelooft de vors(creven)/
jan den voirs(creven) jacoppen en(de) zijn voirs(creven) goede vanden voirs(creven) tween(de)vijftich/
stuv(er)s erflic svoirs(creven) wouters groothoet altoes scadeloes en(de) ongelast/
te houden en(de) heeft daer voe(r) de voirs(creven) jan zijn voirs(creven) huys met/
zijnre toebehoirten bij orlove tshe(re)n vanden gronde [behoirlick] tonderpande gesett/
en(de) verbonden Geloven(de) den selven onderpand opte voirs(creven) tween(de)vijftich/
stuv(er)s erflic alse op allen co(m)mer dair uutgaende voertaen te warande(re)n/
also dat den voirs(creven) jacoppen en(de) zijnen nacomelinghen vast en(de) genoech/
sijn sal welcke eenen(de)twintich en(de) eenen halven stuv(er)s erfrinten vorscr(even)/
de voirs(creven) jacob lossen en(de) quiten mach alst hem gelieft elcken pe(n)ni(n)gh/
dairaf met achtien geliken pe(n)ninghen en(de) met vollen rinten en(de) in/
dier quitinghen sal de voirs(creven) jacob tpontgelt alleene betalen Ende es/
voert bevorw(er)t zo wanneer de voirs(creven) jacob de voirs(creven) quitinghe doet/
dat dan de selve jacob ende jan de pe(n)ninghe dairaf comende beke(re)n sele(n)/
in afleggene en(de) mind(er)nissen vanden voirs(creven) tween(de)vijftich stuv(er)s erflic/
svoirs(creven) wout(er)s groothoet zo v(er)re die alsdan niet al afgeleeght en zijn/
Es noch h(ier)inne bevorw(er)t en(de) ondersproken dat de voirs(creven) jan de voirs(creven)/
uutgegeven goede hebben en(de) gebruycken sal also hij die opten dach/
van heden helt tot paeschen toe naistcomen(de) of veerthien nacht d(air)na/
ombegrepen En(de) dan sal hij tvoirs(creven) huysken afbreken en(de) alle den/
afvall d(air)af comende sal hem volghen uutgenomen de steenne die/
den voirs(creven) jacoppen volghen selen Cor(am) oppendorp et vynck/
nove(m)br(is) xx
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-04-27 by Xavier Delacourt