SAL7761, Act: V°169.3-R°170.1 (476 of 650)
Search Act
previous | next
Act V°169.3-R°170.1  
Act
Date: 1473-05-05

Transcription

2020-11-15 by Walter De Smet
It(em) also als zeker geschill opverstaen was tusschen wille(m)me syllen soen/
wilen stas syllen alse erfgename willems wilen cleynjans zijns oems/
die met scepen(en) brieven van loeven gepasseert ii daghe in merte/
int jair xiiii[c] xliiii gegoedt waerd in een dachmail beemds wilen/
toebehoiren(de) joffr(ouwen) lijsbetten sgreven weduwe jans wilen de grote/
gelegen te nederlynthe(r) neven den wuwerborne behoudelic der vors(creven)/
joffr(ouwen) lijsbetten heurer tocht in deen zijde en(de) wout(ere)n vanden broecke/
en(de) henricken van kerckem geheten p(er)soons ter ande(re) alse vanden voirs(creven)/
goeden dair toe elck meynde gericht te zijne te weten de voirs(creven) willem/
mids den voirs(creven) scepen(en) brieven en(de) de voirs(creven) wouter en(de) henrick alse erfge/
namen der voirs(creven) joff(rouwen) lijsbetten So zijn de selve p(ar)tien [comen] voe(r) scepen(en) van/
loeven openbairlic bekynnen(de) dat zij vanden voirs(creven) geschille bij middele/
van vrienden eens worden waren in deser vueghen Te weten dat de/
voirs(creven) goede den voirs(creven) wout(ere)n ende henricken erflic volgen en(de) toebehoe(re)n/
selen zonder den voirs(creven) wille(m)me syllen e(n)nich recht dair inne van des(en)/
daghe voirts te hebben of te behouden in e(n)nig(er) manie(re)n en(de) des selen de/
selve wouter ende henrick gehouden zijn en(de) hebben gelooft ongesundert/
den voirs(creven) wille(m)me te betalen tusschen dit en(de) ts(in)t jansmisse naistcomen(de)/
neghen gulden cronen nu gemeynlic cours hebbende alse v(er)volghde/
schout mids welken neghen cronen de voirs(creven) willem de voirs(creven) goede/
en(de) alle trecht dat hij daerinne hebben mochte tot behoef va(n) zijnre/
voirs(creven) wederp(ar)tien volcomelic quijtschoud Gelovende voer hem/
en(de) zijn nacomelinghe hen dairaf te geliken coste alt(oes) genoech te/
doen also dat hen en(de) heuren nacomelingen vast en(de) zeker sal/
moegen wesen Voirt es bevorw(er)t en(de) tusschen hen ondersproken/
dat zij de rinten uutstaende vanden voirs(creven) beemde gedragende also zij/
seyden ix licht gulden(en) te x stuv(er)s tstuck trecken selen half en(de)/
half en(de) dat den voirs(creven) scepen(en) brief vander guedinghen die lange/
tusschen hen in sequestre gestaen heeft en(de) meer goeds dan de/
goede voirscr(even) begrijpt den selven willem(me) volgen sal tot zinen/
behoef en(de) tot behoef vander weduwen svoirs(creven) wilen willems
//
cleynjans zijnre moeyen die dande(re) goede inden selven brieve begrepen/
houden(de) es Welke concordie de voirs(creven) p(ar)tien gelooft hebben tond(er)houden/
en(de) malcande(re)n d(air)af alt(oes) te voldoene alse vervolghde schout Cor(am)/
heyk(ens) caverson maii v
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-05-10 by Xavier Delacourt