SAL7762, Act: R°262.2-V°262.1 (498 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°262.2-V°262.1  
Act
Date: 1475-04-07

Transcription

2019-11-17 by Walter De Smet
Allen den ghenen die dese l(ette)ren sullen zien oft horen lesen burg(er)/
meeste(re)n scepen(en) en(de) raide der stat van loven(e) saluyt en(de) alle/
vrientscap Doen cont en(de) te weten(e) dat opden dach datu(m)/
van desen voir ons comen en(de) gestaen is in p(er)sone katlijne/
thaelmans dochter wijlen stas thaelmans en(de) heeft heurs/
goets moets wille met eenen momboir hair in desen na/
recht behoirlic verleent zonder enich wederroepen/
in desen te behouden geconstituert gesedt volcomen/
macht procuracie en(de) auctoriteit gegheven janne van/
percke heu(re)n behouwede sone alle hue(r) beruerlike erfgoede/
en(de) erfrenten die zij liggende heeft inden lande van vlaende(re)n/
te wat plaetsen dat dat zij en(de) specialijc taelst ind(er) vrijheit/
der selver inde prochie van nyeukercke(n) en(de) dair omtrent/
te rege(re)n [te mane(n)] opte boren en(de) tontfanghen te bedinghen te wynnen/
en(de) te verliesen te vercoepen te versetten te belasten/
en(de) den copers dair af guedinghe en(de) behoirlike vestich(eit)/
na gewoente vand(er) plaetsen dair die goede oft renten/
gelegen zijn te doen Welcke goede en(de) renten voirs(creven) de/
voirs(creven) katlijne thaelmans als zij ons te kynnen gaff zij/
in heyliker vorweerden gegheven [en(de) gelooft] heeft den voirs(creven) janne
//
van percke met lijsbetthe(n) huer(er) dochter opde selve goede/
en(de) renten te verthijden en(de) te worpen inden name en(de)/
van weghen der voirs(creven) katlijnen en(de) dair af warantscap/
en(de) genoech doen te geloven [en(de) vortaen generalic (et)c(etera)] welcke vercoepinghe guedinge/
[v(er)volge] belastinghe en(de) vesticheiden metter gelooften van wairscape/
en(de) genoech doen die bijden voirs(creven) procur(eur) [gedaen sallen worden] de voirs(creven) ka(tlij)[ne]/
nu voir als dan gelooft heeft en(de) met desen gelooft bij hue(re)n/
kersterliker truwen en(de) eren en(de) opde verbintenisse van/
allen hue(re)n goeden beruerlic en(de) omberuerlic tegenwordich/
en(de) toecomen(de) goedt vast gestentich van weerden en(de)/
o(n)verbrekelic te houden en(de) d(air) teghen niet te doen/
noch doen doen in gheend(er) manie(re)n cor(am) oud(erogghe)/
burg(imagist)[ro] roel vos langrode aprilis vii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-14 by Jos Jonckheer