SAL7762, Act: R°266.1-R°267.1 (506 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°266.1-R°267.1  
Act
Date: 1475-04-09

Transcription

2019-11-24 by Walter De Smet
Item die edele ende wailgeboirene vrouwe lijsbeth van hoirne outste/
dochter van p(er)weiz met janne pynnoc heuren sone vanden tweesten/
bedde ierst uut heuren brode gedaen zijnde dien zij behouden heeft/
van h(ere)n janne wilen pynnoc ridde(r) geloven(de) als edel geboirtighe/
vrouwe in desen in dien te hebben en(de) also te vervaene en(de) d(air) voe(r)/
inne te staene dat h(er) jan van aasa geheten vranck haer wettich/
man en(de) momboir alle tghene des hier na volght en(de) oic die ema(n)ci/
pacie die zij van heuren sone [gedaen heeft] gelijc voirscr(even) steet tsamentlijck/
en(de) all voe(r) scepen(en) van loeven zal ratifice(re)n aggreeren en(de) van/
weerden geloven te houden tot eeuwighen daghen in deen zijde/
ende henrick en(de) amelrijck pynnoc kynde(re) amelrijcx wilen/
pynnoc inden name van hen selven en(de) inden name en(de) va(n) wegen/
emonds en(de) lodewijcks pynnoc heuren bruede(re)n nu afhendich/
zijnde die zij in desen gelooft hebben te vervaene met joffrouwen/
margrieten lijsbetten [en(de)] lowijsen pynnoc heuren zust(ere)n en(de) docht(ere)n des/
voirs(creven) wilen amelrijcks in dande(re) In p(rese)ncien der scepen(en) van loeven/
gestaen hebben openbairliken gekyndt ende gelijdt dat zij bij/
goeder voergaender deliberacien en(de) rijpelic dair op gelett hebbende/
en(de) oic bij advise raide en(de) onderwijse van heuren maghen en(de) vrienden/
ten beiden zijden dair toe gebeden vermaend en(de) geroepen eensworden/
zijn en(de) veraccordeert van alsulken geschillen alse tusschen hen/
opverstaen ende geresen zijn oft meer opverstaen en(de) verrijsen/
souden moeghen Alse van allen den goeden beide beruerlic ende/
omberuerlic het zij dat die omberuerlike goede zijn leengoede/
eygengoede oft tsijsgoede die hen bleven ende verschenen zijn van/
amelrijcke wilen pynnoc oft h(ere)n symoene wilen pynnoc ridde(r) der/
vorwerden en(de) condicien hier na bescreven om die voer elke der/
voirs(creven) p(ar)tien voer heure heuren erven en(de) nacomelinghen onv(er)breckelic/
tonderhouden en(de) elker p(ar)tien vander ande(re)r van dien behoirlike behoefte/
van vestich(eit) dairaf dair en(de) also dat behoirt gedaen te wordden/
Te weten dat de voirs(creven) vrouwe lijsbeth met janne heuren voirs(creven) zone/
heure verdraghen zall van e(n)nighen haefliken goeden gebleven/
na de doot amelrijcx wilen pynnoc het zij dat die zijn puer/
haeflike oft vliegenderve taenveerden mair van dien ledich staen/
en(de) met dien verdraghen ende ongehouden zijn van allen lasten en(de)/
schulden die achter den voirs(creven) wilen amelrijcke gebleven moegen/
zijn latende die haeflike goede met den lasten vanden sculden/
volghen den ghenen die die aenveerd heeft oft hebben En(de)/
als vanden tsijsgoeden en(de) eygengoeden zijn zij v(er)accordeert
//
en(de) overcomen dat de voirs(creven) jan pynnoc zone der voirs(creven) vrouwe lijsbetten/
zal staen in zijne vaders stad om met den ande(re)n bruede(re)n ende zuste(re)n/
des voirs(creven) wilen zijns vaders te weten met dien zust(ere)n die met/
ande(re)n goeden het zij in heylike vorwerden oft anderssins met/
gegoede noch versien en tzijn d(air) inne hodegelijc te deylen En(de)/
als vanden leengoeden te weten van dien leengoeden die naectelic/
en(de) van outs toebehoirt hebben den voirs(creven) wilen amelrijcke en(de) niet/
gecomen van h(ere)n symoene wilen pynnoc dat van dien leengoeden/
de voirs(creven) jan pynnoc sal staen in wilen h(ere)n jans pynnocx zijns/
vaders stat als outste zoons des voirs(creven) wilen amelrijcks/
Te weten inde twee derdendeele der selver leengoede en(de) dats te/
wetene inden wijngairt met huyse bossche en(de) allen zijne(r) toebehoirten/
geheten steenberghe en(de) oic in ande(re) gelike leengoeden op datmen/
dier meer bevonde die van geliker natue(re)n waren en(de) den vors(creven)/
wilen amelrijcke van outs toebehoirt hadden Ende als vanden/
leengoeden die toebehoirt hebben h(ere)n symoene wilen pynnoc ridde(r) en(de)/
vanden selven h(ere)n symoene voert comen zijn zo bij tractate zo and(er)s/
opden voirs(creven) wilen amelrijcke en(de) voirt op de sonen desselfs/
wilen amelrijcks sijn zij overcomen dat de vors(creven) jan/
pynnoc van dien leengoeden staen sal inde stad van zijnen/
wilen he(re) vader om met den ande(re)n bruede(re)n ende zonder den/
zust(ere)n d(air) inne gericht te zijne hodegelijc te deylen En(de)/
zijn voirt veraccordeert dat zij elc den ande(re)n goede v(er)claernisse/
en(de) specificacie vanden voirs(creven) goeden doen zullen met allen brieve(n)/
rollen buecken gescriften instrumenten en(de) met allen ande(re)n munime(n)te(n)/
dair toe dienende Ende oftmen boven dien in toecomen(de) tijden/
e(n)nighe ande(r) goede niet bevonden noch gespecificeert zijnde/
bevonde dat elc vanden voirs(creven) p(ar)tien in die selve nabevonden/
goede gericht zall zijn navolgende der manie(re)n gelijc voirs(creven)/
steet vanden goeden voirscr(even) nader natue(re)n vanden selven goeden/
behoudelic henricke pynnoc voirs(creven) zijn renten geheten van/
emery en(de) oic behouden desgelijcx elcke vanden ande(re)n heure/
goede oft rinten dair inne zij puerlic en(de) sonder condicie/
gegoedt ende geerft zijn vanden welken zij en(de) oic de vors(creven)/
henrick zullen doen blijken Ende sal oic de voirs(creven) henrick/
hem getruweliken na goeder rechtverdigher condicien quijten/
in tghene des de voirs(creven) wilen amelrijck zijn vader hem
//
om der voirs(creven) rinten wille van gemery bevolen en(de) belast/
heeft en(de) sall gehouden zijn dat te voldoene Ende/
zijn voirts ov(er)comen alse vanden groten vivere gelegen ter/
horst dien de voirs(creven) henrick pynnoc in pechtinghen genomen/
heeft elcx jairs om lx hollan(sche) gulden(en) dat mids zeke(re)n/
groten costen van rep(ar)acien bijden voirs(creven) henricken aen den/
voirs(creven) vive(re) gedaen hem zijn pechtinghe volghen sal nae/
inhoudt der brieve dair op gemaict behoudelic elker der/
voirs(creven) p(ar)tien inden voirs(creven) vive(re) gericht zijnde heur betali(n)ge/
vanden voirs(creven) lx hollan(sche) gulden(en) elck na zijn advenant/
Ende zijn voerts eensworden oft e(n)nighe questie gebeurde/
vanden ontfanghe der voirs(creven) leene guedinghen oft ande(re)n/
vesticheid(en) diensten die gedaen zijn oft gedaen zullen/
wordden en(de) oic vanden p(ro)fijten der selver goede gehaven/
oft ongehaven uutstaende dat de p(ar)tien voirs(creven) hen van/
dien alsnu gekeert en(de) gesubmitteert hebben in die edele/
h(ere)n philipse van schoenhoven ridde(r) lodewijcken roelofs/
arnold(en) kyp ende meester janne calaber en(de) meester janne calaber om dairaf die questie bij hen vercleert en(de) beslicht/
te worddene Ende hebben gelooft de voirs(creven) p(ar)tien gestentich/
te houden voer heuren erven ende nacomelinghen tghene des/
bij hen dairaf vercleert en(de) uutgesproken sal wordden/
Gelovende voirt de voirs(creven) p(ar)tien elck der ande(re) van alle tghene/
des voirscr(even) steet behoerlike en(de) behoeflike vesticheit te doene/
dair en(de) zo dat behoirt en(de) alsoe dat elke van hen voer zijn/
erven en(de) nacomelinghen vast en(de) zeker sal moegen zijn tot/
eeuwighen daghen Cor(am) roelofs vos ap(ri)lis ix
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-14 by Jos Jonckheer