SAL7762, Act: R°335.1 (632 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°335.1  
Act
Date: 1475-06-06

Transcription

2020-02-06 by Walter De Smet
It(em) jacop van rotsselair zone wijlen jaspars ende wijlen katlijnen/
[vacat] sijns wijfs in p(rese)nc(ia) jans ouderogghe burg(er)meest(er)s te/
loven(e) out sijnde xxv jair soe hij bekint heeft heeft ghekint ende ghelijt/
dat hij uut handen gabriels hans ende joffr(ouwen) katlijne(n) van rotsselair/
sijnre huysvrouwen moeye desselfs jacops ghehadt ende ontfange(n)/
heeft viere rinssche gul(den) te xx st(uvers) in afslaghe ende mi(n)dermissen van/
alsulken neghen rinssche gul(den) die de voirs(creven) gabriel ende sijn huysvr(ouwe)/
onderghehadt hebben ende ghecomen sijn van zeke(r) vercochter have(n)/
en(de) vlieghent erve als vanden ghedeelte desselfs jacops hem verstorve(n)/
sijn uut doode sijnre moeder voirs(creven) den selven gab(ri)ele ende sijnre/
huysvrouwen vanden voirs(creven) iiii rinssche gul(den) volcomelijken quiteren(de) P(ro)mitt(ens)/
nullat(enu)s alloqui Ende alse vanden ande(re)n vijff rinssche gul(den) dair ov(er)/
bliven(de) metgad(er)s noch eene(n) rinssche gul(den) die de selve gabriel dair/
toe ghedaen heeft heeft de selve jacop gheconsenteert dat die sulle(n)/
blive(n) rusten(de) tot sijne(n) behoef in gabriels handen voirs(creven) Act(um) junii vi[ta]
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2016-06-21 by Jos Jonckheer