SAL7769, Act: R°97.1 (224 of 776)
Search Act
previous | next
Act R°97.1  
Act
Date: 1482-10-21

Transcription

2019-11-09 by Walter Winnelinckx
It(em) henrick pynnock sone wilen amelricx heeft geloeft h(ere)n/
lodewijcken pynnock ridde(r) meye(r) te loven(e) (et)c(etera) dat hij tussche(n) dit/
en(de) ov(er) morghen noene te loven(e) innecome(n) sal ende den/
selven h(ere)n lodewijcke voldoen van alsulke(n) comenscap als de/
voirs(creven) h(er) lodewijck gedaen heeft tegen den voirs(creven) henr(icke)/
van den vivers geheete(n) horsterbroeck en(de) tsijze va(n) scibbeke/
mette(n) toebehoirten en(de) van dair niet te scheiden hij en/
zij mette(n) voirs(creven) h(er) lod(ewijck) vanden selven ov(er)comen mett(er)/
mi(n)nen oft met rechte op eene(n) banduyn van vijf hondert/
rijns guld(en) tot m(ijns) gened(ichs) h(ere)n behoeff Cor(am) lyefkenrode/
hoeven oct(obris) xxi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2018-04-20 by The Administrator