SAL7783, Act: R°343.1 (663 of 713)
Search Act
previous | next
Act R°343.1  
Act
Date: 1499-06-11

Transcription

2020-09-23 by Willy Stevens
Opde clachte die jan tuyback gedaen heeft den rade/
vander stad hem seggen(de) bezwaert te zijne in drie postille(n)/
hem inder rekeni(n)gen vanden xcvi gestelt ierst aengaen(de)/
vier s(cellingen) bone die de stad tachter is van xiii ja(r)en die/
hij alsoe hij seet niet en heeft connen gecrigen wat/
diligen(cien) hij d(air)o(m)me gedaen heeft en(de) dat dachterstel va(n)/
dien metten state gescorst was d(air)mede hij qualijc/
toecomen soude dat hij dat soude moeten oprichte(n) Es/
bijden rade vander stad gem(er)ct der dilingen(cien) van dien/
datmen visite(re)n sal opt reg(ist)re oft men dair af soe vele/
tachter is en(de) dat tuyback sal doce(re)n dat hij de vijf ja(r)en/
bij hem gerekent betaelt te hebben(e) henr(ick) cleynaert alsoe/
betaelt heeft en(de) soe verre hij dat alsoe doet blijken sal passe(re)n/
aengaen(de) viii r(yns) gul(den) die hem afgeseet zijn in faulten te/
bringen(e) op de borge(n) a..s? hee(re)n geraden van luydick want/
zoe eenyegelijck weet men de brieve van dien ontseet/
heeft meer p(ar)tien van gelijcken rinte(n) hebben(de) te vo(n)nissen/
en(de) trecht te doen(e) soe es getermineert dat hem die in/
faulten sullen passe(re)n niet tegenstaen(de) d(er) postillen d(air)op gestelt/
aengaen(de) der calculacie(n) van tgene des hij meer betaelt heeft/
voir die vi croone(n) die arnt vanden couthe(re) en(de) zijn borgen/
sculdich zijn D(air)inne hij seet mesrekent te sijne salmen die/
calculacie visite(re)n en(de) soe verre men bevi(n)t dat d(air) inne/
gedoolt es datmen dat ter goeder rekeni(n)gen stellen sal en(de)/
passe(re)n soe dat behoort des sal de selve jan tuyback/
wantmen verstaet van e(n)nige(n) dat hij tcore(n) meer vercocht/
soude hebben en(de) oick som verdingt als de wynne(n) bijbracht/
hebben dan hij d(air) voer gerekent heeft sculdich zijn bij/
eede te verclae(re)n dat hij noyt coren min gerekent heeft/
betaelt oft verdingt te hebben(e) dan alsoe hij d(at) vercocht/
oft verdingt en heeft desgelijcx sal hij schuldich zijn/
over te geven alle brieve die hij heeft oft weet den/
godshuyse aengaen(de) oft ten minsten te verclae(re)n in wiens/
handen die staen Act(um) in pleno (con)s(ili)[o] junii xi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2014-09-02 by Jos Jonckheer