SAL7826, Act: R°9.2-R°10.1 (7 of 760)
Search Act
previous | next
Act R°9.2-R°10.1  
Act
Date: 1541-06-26
LanguageNederlands

Transcription

2022-11-11 by Ezra Van Herzeele
Condt zij allen lieden dat om te comen(e) totten zoene
//
en(de) peyse vand(en) dootslage gedaen en(de) gep(er)petreert/
bij cornelyse hoest zone peeters woenen(de) tot winxele/
ind(en) p(er)soene jacops boone sone jans soe zijn zij/
jan boone de oude [vacat] sone wijlen jans ind(en) naem(e)/
en(de) van wegen en(de) als momboirs jans boone sone/
wijlen jans voer den welcken hij jan boone mo(m)boir/
hem in desen sterck maicte ter eenre en(de) de voirs(creven)/
cornelijs hoest ter andere bij toe doene van goede/
vrinden soe zij seyden veraccordeert de conditiën/
en(de) voerweerden naebescreven Te weten(e) ind(en) yersten/
dat de voirs(creven) cornelijs zal schuldich sijn te betalen(e)/
alle de kercke rechten des voirs(creven) aflivighen alsoe/
wel te loven(e) als oyck tot wiltsele en(de) de vrinden/
en(de) magen des voirs(creven) aflivighen dair aff teene(n)male/
te onlasten(e) soe dat en(de) des de voirs(creven) jan boone/
dair aen verleet heeft dat hij cornelijs hem tselve/
schuldich sal sijn te restitueren beloopen(de) tselve/
v(er)leggen zesse en(de) dertich st(uvers) Item dat de voirs(creven)/
cornelijs gehoud(en) sal wesen voer de ziele des/
voirs(creven) aflivighen te doen doen het clooster gebeth/
nae der ouder usantien Item dat hij cornelijs desgel(ix)/
gehoud(en) sal wesen voer de salicheyt des zielen/
des voirs(creven) aflivighen te doen doen tot wiltsele/
een uuytvaert Item dat de voirs(creven) cornelijs gehoud(en)/
sal wesen voer de salich(eyt) vand(en) zielen des v(oir)s(creven)/
aflivighen te doen twee bedevaerden in sijne/
lyne cleederen bervoets met eender wassen/
kersse van een(en) vierendeel in sijn hant te weten(e)/
deen sinte oriaens tot gheersberghen en(de) dander/
totten tranen? bij [vacat] en(de) dat/
bynnen zesse weken naistcomen(de) oft de selve bij/
yemand(e) anders alsoe doen doen. Item dat de/
voirs(creven) cornelijs een halff jair lang dueren(de) gehoud(en)/
sal wesen alle vrijdaghe te comen(e) te vii hueren/
in sinte mychiels kercke bynnen des(er) stat in sijne/
lyne cleederen bervoets en(de) blootshoofs met eene/
kersse van een(en) halven v(ier)d(el) was en(de) [al]dair te hoiren(e)/
een singen(de) misse vand(en) heyligen cruyce en(de)/
nae dien het wynwater vand(er) selver messen/
geworpen sal wesen oyck in sijne lijne cleederen/
als voere te ghaene en(de) te draghene de selve/
kersse ind(er) cappellen vand(en) berghe van calvarien/
en(de) die aldair te offeren en(de) tselve halff jair
//
geexpireert wesen(de) sal de v(oir)s(creven) cornel(ijs) gehoud(en)/
wesen(en) oyck een halff jair lang dueren(de) des/
vrijdaechs te vii uren te comp(ar)eren ind(er) selver/
kercken van sinte mychiels in sijne wullen cleed(ere)n/
bloots hoefts en(de) bervoets telcken met eender wasser/
kerssen van een(en) halven vierendeel en(de) desgel(ix) oyck/
ald(air) voer de salich(eyt) des voirs(creven) aflivighen hoiren(de)/
singen(de) misse vand(en) heyl(igen) cruyce en(de) de selve/
misse uuyt zijn(de) aldair telcker reysen te offeren/
des vrijdaechs alle djaer doer den heyligen/
sacramente aldair een(en) stuver en(de) tselve/
alsoe gedaen wesen(de) ter stont dair nae van/
dair barvoets en(de) bloots hoots de selve kersse/
te draghene ind(er) cappellen vand(en) v(oir)s(creven) berghe/
van calvarien en(de) de selve al(dair) te offeren Item/
dat de selve cornel(ijs) opd(en) dach van des(en)/
zoene gehoud(en) sal wes(en) te betalen(e) den v(oir)s(creven)/
bomboir voer den hoirenvrede twee ph(ilipp)us g(ulden)/
te xxv st(uvers) tstuck en(de) voer dheylich sacrame(n)t/
ind(er) kercken van s(in)[te] mychiels v(oir)s(creven) een pont was/
Item dat de v(oir)s(creven) cornel(ijs) geho aen(den) v(oir)s(creven) mo(m)boir/
tot behoeve als voer gehoud(en) sal wesen te doen(e)/
den behoirlijcken voetval gelijck dit al de v(oir)s(creven)/
cornel(ijs) geloeft heeft gehadt te voldoen(e) soe/
dat de voirs(creven) jan boone momboir hem in des(en)/
sterck maken(de) voer den v(oir)s(creven) ja(n)ne boone als den/
ghenen die des(en) zoen competeert van desselfs/
jans boone en(de) in p(rese)ntien desselfs jans boone/
omtrint vii(½) jairen oudt wesen(de) soe hij mo(m)boir/
(ver)cleerde op tselve toeseggen en(de) ghelufte den v(oir)s(creven)/
cornelijsen de doot des voirs(creven) jacops boone/
tyerst en(de) voer al bijd(en) voir(creven) cornelijsen gedaen/
wesen(de) den behoirlijcken voetval (ver)gheven heeft/
welck tractaet van zoene en(de) peyse de v(oir)s(creven) jan/
boone momboir ter eenre en(de) cornel(ijs) geloeft/
hebben en(de) gheloefden mits des(en) voer vast/
gestentich en(de) van weerden te houden en(de) te hebben/
sonder hier tegen eenichss(ins) te doene bij hem selven/
oft yemand(e) anders in eeniger manieren/
en(de) dat op lantszoen P(rese)ntibus ruysschen/
forestario colonia heyd(en) scabinis junii xxvi
ContributorsJef Willemsens
Moderated byJef Willemsens
Last update: 2022-05-19 by Jos Jonckheer