SAL8142, Act: V°233.3-R°234.1 (400 of 808)
Search Act
previous | next
Act V°233.3-R°234.1  
Act
Date: 1474-01-18

Transcription

2020-09-21 by myriam bols
It(em) also als ten vervolghe walter(us) brake clerck smeyers van loeven geleidt/
zijnde voer zijn wettich gebreck gedragende drie rijders lijftochten met/
den pachten dairaf verschenen tot allen den goeden jans wilen swynnen/
gescr(even) es geweest den meye(r) van halen of zijn stedehoude(r) ter nuw(er)capellen/
hem de selve goede te leve(re)n ende oft henrick swynnen sone svors(creven)/
wilen jans oft yeman and(er)s dair tegen yet seggen of allege(re)n wilde/
dat hij des tot eenen zek(ere)n daghe op heden dienende quame int recht/
gelijc de brieve dat voirder inhielden Ende de selve henrick alh(ier) niet/
comen en es den voirs(creven) geleidden alh(ier) comende ende trecht versuecken(den)/
thoenende oic certificacie en(de) resc(ri)pcie vander execucien geschied vande(n)/
voirs(creven) versuecke bijden stedehoude(r) svoirs(creven) meyers van halen t(er) nuwer/
capellen so hebben de scepen(en) van loeven t(er) maniss(en) tsmeyers gewijst/
voer een vo(n)niss(e) so verre des voirs(creven) geleidden wed(er)p(ar)tie niet en/
quame ten opstaene tsmeyers en(de) van hen datmen hem dan houden/
soude in zijnen voirs(creven) beleidde tot zijnen wettigen gebreke behoef zo/
verre het noch voer hen comen es cor(am) om(n)ibus scab(inis) in scampno de(m)pto/
lye(mingh)[en] ja(nua)[rii] xviii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Add. 1

Transcription

2020-09-21 by myriam bols
Hier na volghen de goede d(air)af voe(r) mencie/
gemaict es en(de) dair tvo(n)nis opgeslagen es
//
Ierst eenen quadem scherm It(em) een(en) hulten zetel It(em) twee quade zydele(n)/
It(em) een quaet scrijnen It(em) ii quade draeghbedden It(em) vijfthien busselen/
vlas It(em) eenen tas hoeys It(em) ii hoepe caefs It(em) ii halve amen/
It(em) iii dristapels stoele It(em) ii quade stortvate It(em) xv gulden(en)/
aen janne oeden te weve(r) It(em) een groot vat It(em) noch een quade zydele/
It(em) een deel stroes also dat in eenen stal lach It(em) omtrint ii of iii/
voeder houts It(em) noch huys ende hof met eenen stucke lands achter/
den hof gelegen It(em) omtrint een vijftich walme(re) It(em) een coe die/
de he(re) aenveerd heeft ter gheenre behoef diese toebehoe(re)n sal en(de)/
twee verkene te meensele
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2019-05-09 by kristiaan magnus