SAL8142, Act: V°264.3 (462 of 808)
Search Act
previous | next
Act V°264.3  
Act

Transcription

2020-10-23 by myriam bols
Item want de vors(creven) schout compt rue(re)nde uut saken van xxvi albome(n)/
getekent bijden woumeest(er) die zij gecocht hebben tegen den p(ri)oir/
des voirs(creven) godshuys staen(de) [vacat] Soe is vorwerde dat zij die/
also vellen sullen dat tselve godsh(uys) noch niemant and(er)s aen hue(r) and(ere)/
bome(n) d(aer) staen(de) gheen schade d(aer) aen nemen(n) en sullen en(de) ind(en) gevalle/
oft zij schade leden hebben zij gelooft die den vors(creven) godsh(uys) oft den ghene(n)/
diese gedaen wa(r)e ter goed(er) mans prijse [te] ghelden sullen sond(er) e(n)nich/
recht in alsulke boeme(n) te hebben It(em) sullen [sij] de vors(creven) xxvi boeme(n)/
moeten vand(en) gronde ruyme(n) tusschen dit en(de) half merte [oft der wynne(n) moet hebben] Item/
moeten zij den leven(de) vrede verhueden so zij meest mogen Item/
sal tvoirs(creven) godshuys tsijnen schoensten nemen vand(en) vors(creven) albome(n)/
lii pooten
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2019-05-08 by kristiaan magnus