SAL7338, Act: R°202.2 (244 of 519)
Search Act
previous | next
Act R°202.2  
Act
Date: 1443-12-14

Transcription

2019-11-22 by Roger Morias
Item tvonisse tusscen janne eeben van berlair en(de) arnt eeben gielijs/
soen was die geleit sijn totten goeden jans eeben des jongen soen des/
voirscr(even) jans in deen zijde ende janne godevarts in dande(re) alse vand(er)/
haven hier na bescreven Te weten vier bedden met hue(re)n toebehoirten drie/
voeder hoys twee scrijnen viere zijdelen thien potten vier ketels sess ty(n)nen/
potten vier dosine scotelen drie vrouwen tabbarde drie ransschen een/
scapprye sess drievoeten een tritsoer twee becken veertich ellen lijnwaets/
It(em) de schout die men den selven janne sculdich was It(em) desgelijx van/
alle ande(r) haven die na den voirs(creven) janne eekens den jongen es bleve(n)/
de welke de voirsc(reven) geleide aenspraken meynende dat janne godevarts/
voirscr(even) hem die restitue(re)n soude Dair op de selve jan godev(ar)ts hem/
v(er)antwerdende seyde dat hij de selve have niet en hadde maer dat/
die te lyere stonde in een huys en(de) daer mochten de voirs(creven) geleide/
die aenveerden Es gewijst met desen worden datmen de voirs(creven) twee/
geleide van(der) voirs(creven) haven houden sal inde macht van hue(re)n beleide/
p(rese)nt(ibus) lomb(ar)t abs(oloens) pynnoc vynck voshem dor(ma)[le] de(cembris) xiiii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-11-04 by Jos Jonckheer