SAL8106, Act: R°164.2-V°165.1 (84 of 105)
Search Act
previous | next
Act R°164.2-V°165.1  
Act

Transcription

2020-09-18 by xavier delacourt
Cont sij allen lieden dat henric gansmuys? beatrix sijn wijf en(de)/
katline dochter des voirs(creven) henrics die hi hadde van boletten [wile(n)] sine(n) yersten /
wive voe(r) uut hoers vad(er)s broede gedaen sijn comen in jegewordich(eit) der /
scepen(en) van loven(e) en(de) hebben genomen en(de) bekendt dat sij genome(n) hebbe(n) /
van joffr(ouwen) katline(n) weduwe henrix wilen van hamme [he(re)nt] gehete(n) van he(re)nt [ha(m)me] /
thof der selv(er) joffr(ouwen) katline(n) gelegen te ha(m)me met huysen hove(n) wy(n)nende /
lande beemden en(de) eeuselen met allen den toebehoerten gelijc dat de /
voirs(creven) joffr(ouwe) katline de voirs(creven) goede aldaer houdende es uutgescheiden /
dblochuys met sinen toebehoerten een logeken dat steet inde(n) hof ende /
de nuwe p(er)sse dwelc de voirs(creven) joffr(ouwe) katline tot hoe(re)n p(ro)fite selve behoude(n) /
sal en(de) oec sal sij behouden hoe(re) vryheit bier te maken en(de) spyse te bereyde(n) /
op de loge int huys als hoe(re) ocht den hoe(re)n genueght te ha(m)me te comen /
uutgescheiden oec de beemde diemen heedt de pasturage de welke joffr(ouwe) /
katline selve behouden en(de) verhue(re)n sal mar dlant inde voirs(creven) pasturage /
selen de voirs(creven) wynne(n) hebben Te houden te hebben en(de) te wy(n)nen /
van halfm(er)te naest voerleden enen t(er)mijn van vi jae(re)n lang deen /
nae dand(er) daer nae staphans volgende alle jae(re) dae(re)n bynne(n) de voirs(creven)/
lande [goede] alsoe v(er)re als sij inde mate strecken elc boend(er) daer af o(m)me xiiii
//
molevate rogs en(de) seven molevate tarwen alsulx als op tvoirs(creven)/
lant wassen sal Elx g corens goet en(de) payabel met wanne en(de) /
met vleghele wel bereydt der maten van loven(e) te s(ente) andries misse /
apostels te betalen en(de) te lovene tot den huyse der voirs(creven) joffr(ouwen) /
op den cost der selv(er) wynnen te leve(re)n Item selen de voirs(creven) wy(n)ne(n) /
hebben den voirs(creven) t(er)m drie dachmael beemde gelege(n) omtrent /
der motten Te houden en(de) te hebben van s(ente) halfm(er)te naest /
leden ene(n) t(er)mijn van vijf jae(re)n [lang] deen nae dand(er) volgende /
elx jaers dae(re)n bynne(n) o(m)me viii mottoene te wete(n) xvii l(i)b(ra) /
payments in borse gaende voer ene(n) mottoen gerekent Ite(m) /
sal [sele(n)] de voirs(creven) wynne(n) de grechte gaende bynne(n) der voirs(creven)/
pasturagen ge mayen te sine(n) [hoe(re)n] p(ro)fite en(de) daer voe(r) sele(n) sij der /
voirs(creven) joffr(ouwen) jaerlex een voed(er) hoeys te loven(e) leve(re)n It(em) sele(n) /
de voirs(creven) wynne(n) hebben alle jae(re) de naeweyde inde voirscr(even) /
pasturage van s(ente) remeys misse tot half m(er)te behoudelec /
dien dat de voirs(creven) joffr(ouwe) daer op sal mogen jaerlex beweyde(n) /
een g coe en(de) een calf en(de) [de] wynne(n) selen de voirs(creven) pasturage /
wale bevrede(n) belouke(n) en(de) begrechten en(de) de beke vaeghen vand(er) /
pasturagen en(de) des selen de wynne(n) hebben den afval vanden /
loke en(de) de doude thuyne en(de) inde(n) lesten jae(re) soe sele(n) sijt laten /
wael bevreedt en(de) den loke lueke op de willige(n) [late(n)] om de selve /
goede mede te bevrede(n) op dats te doen wa(r)e oec sele(n) sij /
bevreden der joffr(ouwen) wyng(ar)t gelegen te ha(m)me Item selen de /
voirs(creven) wynne(n) der voirs(creven) joffr(ouwen) jaerlex zayen een halst(er) lijnzaets /
op dbeste lant vande(n) hove en(de) daer toe sal de joffr(ouwe) den zaet /
leve(re)n Item selen de voirs(creven) wynne(n) alle jae(re) leve(re)n vi [c] walms /
om de huyse aldaer mede te decken en(de) als men daer dect /
of plect daer af selen de wynne(n) den wercliede(n) den cost gheve(n) /
en(de) de joffr(ouwe) [sal] de dachue(re)n betalen uutgeschede(n) van nuwen huse(n) /
en(de) vande(n) blochuyse dat sal m(ijn) joffr(ouwe) op hoe(re)n cost doen maken
//
Item de selen de voirs(creven) joffr(ouwe) en(de) de wynne(n) alle jae(re) hebben en(de) /
deylen half en(de) half doeft dat inde(n) bog(ar)t ald(aer) wassen sal en(de) dat te /
gelike ter eerden leve(re)n en(de) de wynne(n) selen der juffr(ouwen) hoe(r) helcht te /
loven(e) b(ri)ngen en(de) de wynne(n) selen hebben den wijn op de boeme /
wassende Item selen de voirs(creven) wynne(n) der voirs(creven) joffr(ouwen) hoe(re)n wijn /
vanden voirs(creven) wijng(ar)de alle jae(re) inde p(er)sse vuere(n) en(de) als hi bereet /
es voert leve(re)n te loven(e) Item sal de voirs(creven) joffr(ouwe) hebben allet duve(n) /
mest en(de) dat sele(n) de voirs(creven) wynne(n) op hoe(re)n voirs(creven) wijng(ar)t vue(re)n /
en(de) dat sijs meer bederf dat mach sij coepen bynne(n) den dorpe /
van ha(m)me dat selen de selve wynne(n) [oec] op den voirs(creven) wijng(ar)t vuere(n) /
Item es vorw(er)de waert alsoe dat de voirs(creven) joffr(ouwe) hoe(r) voirs(creven) vlas dat /
de wynne(n) hoe(r) sculdich es sijn te loven(e) te leve(re)n te loven(e) niet /
ghelev(er)t en woude hebben dat [de] wynne(n) hoe(r) daer voe(r) een voed(er) /
houts te loven(e) b(ri)ngen sal [selen] waert oec dat de voirs(creven) joff(rouwe) bynne(n) /
den voirs(creven) t(er)mine op de voirs(creven) goede ty(m)me(re)n woude dat dan de /
wynne(n) hoe(r) ii of iii eyke(n) halen selen daerse de joffr(ouwe) coepen /
sal Item sele(n) de voirs(creven) joffr(ouwe) voirs(creven) wynne(n) der voirs(creven) joffr(ouwen) alle /
jae(re) leve(re)n iiii mol(evate) bone(n) en(de) iiii mol(evate) erwete(n) voer een half /
mudde rogs oec selen sij hoe(r) wyng(ar)tstake(n) uu vue(re)n op den /
voirs(creven) wijng(ar)t oec selen sij der voirs(creven) joffr(ouwen) alle jae(re) gheve(n) xii /
molevate evene(n) Item selen de voirs(creven) wynne(n) allet coren vande(n) /
voirs(creven) goeden comende vueren inde schue(re)n aldaer en(de) daer af /
niet dersschen dan hoe(r) zaetcoren en(de) [hoe(r)] broetcoren alsoe lange als /
sij dersschen tot aen der tijt dat sij der voirs(creven) joff(rouwen) van hoe(re)n /
coerne vol betaelt selen hebben en(de) waert dat daer enige /
wyllege(n) verdrooghden die sele(n) de wynne(n) hebben en(de) daer /
voe(r) s ii levende poten vanden selven arde wed(er)setten Item /
en mogen de voirs(creven) wynne(n) bynne(n) den voirs(creven) t(er)mine gheen mest /
noch stroe vercoepen noch vue(re)n op and(er) lant dan op tgoet voirs(creven)/
v
//
[It(em) sele(n) de vors(creven) wy(n)nen dlant va(n) ha(m)me sy hoe(re)n uutgaene wale en(de) loeflec begrecht en(de) /
bevreedt late(n)] /
Item selen de voirs(creven) wynnen bynne(n) den voirs(creven) t(er)mine stroe /
en(de) mest coepen voer ii crone(n) die sij selve betale(n) selen ende /
dat vue(re)n op tvoirs(creven) goet tgoets meesten p(ro)fite Item sal de voirs(creven) /
joffr(ouwe) den voirs(creven) wynne(n) jaerlex gheve(n) v ellen lakens tot ene(n) /
rocke of v mottoene daer voe(r) voert es vorw(er)de dat de /
voirs(creven) wynnen alle de lande laten selen wael en(de) loflec gewonne(n) /
ghemest bezaeyt [gestordt] en(de) gebraect gelijc sij nu gewonne(n) bezaeyt /
en(de) gebraect [en(de) gestortt sijn] sijn dats te weten iiii boend(er) met tarwen en(de) alle /
den ande(re)n wynt(er)art met rogghe Ende alle dese voirs(creven)/
vorw(er)den conditien en(de) geloften hebben geloeft de voirs(creven) joff(rouwe) /
katline in deen side en(de) de wynne(n) in dande(r) malcande(re)n vaste /
en(de) gestedich te houden en(de) te voldoene talle(n) tiden en(de) t(er)mine(n) /
als sij vallen en(de) verschine(n) selen en(de) telke(n) t(er)mine als vervolghde /
schout en(de) daer voe(r) hebben sij v(er)obligeert hen en(de) al hoe(r) have /
die sij inde voirs(creven) goede bracht hebbe(n) en(de) b(ri)nghe(n) sele(n) tymple /
nethene(n) f(eri)a qu(ar)ta p s qu(in)ta p(ost) pascha
ContributorsInge Moris , Greet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2012-05-16 by Inge Moris